Rechtbank Den Haag 5 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3575. Op 10 oktober 2024 heeft eiser het college verzocht de functie van het perceel [adres 2] te wijzigen van een bedrijfsfunctie naar een woonfunctie en deze wijziging in het omgevingsplan op te nemen (verzoek I).

Voor zover het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit ziet op verzoek I, overweegt de rechtbank het volgende. Het niet tijdig nemen van een besluit wordt op grond van artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de toepassing van wettelijke voorschriften over bezwaar en beroep gelijkgesteld met een besluit.
Nu het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit op verzoek I ziet op het wijzigen van het omgevingsplan, en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) bevoegd zou zijn om te oordelen over een besluit tot wijziging van het omgevingsplan, is de Afdeling ook bevoegd om te oordelen over het niet tijdig nemen van een dergelijk besluit (dit volgt uit artikel 8:6, eerste lid, van de Awb gelezen in samenhang met artikel 2 van Bijlage 2 bij de Awb).
De rechtbank zal zich daarom in zoverre onbevoegd verklaren en het beroep in zoverre met toepassing van artikel 6:15 van de Awb doorzenden naar de Afdeling om daar te worden behandeld.