Vandaag heeft de Afdeling een uitspraak (ECLI:NL:RVS:2026:929) gepubliceerd waarin zij wederom overweegt dat het zogenaamde EFSA-model niet kan worden gebruikt ten behoeve van een locatiespecifiek onderzoek. Reden hiervoor is dat het EFSA-model onder meer geen inzicht biedt in de blootstellingsrisico's voor kinderen jonger dan één jaar en voor ongeboren kinderen. Ook geeft het EFSA-model geen inzicht in de cumulatieve effecten van blootstelling aan gewasbeschermingsmiddelen en in de eventuele gecombineerde werking tussen gewasbeschermingsmiddelen onderling. Dit is in lijn met eerdere rechtspraak van de Afdeling (vergelijk ECLI:NL:RVS:2023:4523).

Relevant is verder dat de Afdeling over een aanvullend spuitzoneringsrapport (dat later in de procedure is ingebracht) eveneens oordeelt dat deze niet volstaat als locatiespecifiek onderzoek. Zo bevat dit aanvullende rapport voornamelijk algemene verwijzingen naar wetenschappelijke literatuur over driftreductie door afschermende maatregelen. Verschillende locatiespecifieke kenmerken van de situatie zijn hierin niet meegenomen, waaronder de afstand tussen de gevoelige functies (woonmodules en zorgboerderij) tot de agrarische percelen. Alleen hierom volstaat het rapport al niet als locatiespecifiek onderzoek.
Dit is in lijn met eerdere rechtspraak van de Afdeling waarin zij hoge eisen stelt aan het locatiespecifiek onderzoek (vergelijk bijvoorbeeld ECLI:NL:RVS:2025:807, waarin de Afdeling onder meer als eis stelt dat de mate van driftreductie van een haag moet worden onderzocht).
Onderzoek WUR naar verspreiding en mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen in twaalf Natura 2000-gebieden
Eerder deze week is een eerste onderzoek gepubliceerd van de WUR waarin onder meer wordt ingegaan op de verspreiding en mogelijke effecten van gewasbeschermingsmiddelen in twaalf Natura 2000-gebieden.
Eén van de meest in het oog springende ontwikkelingen is de conclusie dat herkomstbepaling van gewasbeschermingsmiddelen momenteel nog niet mogelijk is. Zo zouden gemeten concentraties in lucht, bodem of plantenmateriaal niet kunnen worden herleid tot het gebruik van één specifieke agrariër, omdat gewasbeschermingsmiddelen via meerdere emissieroutes en over grotere afstand kunnen worden getransporteerd. Dit maakt volgens de WUR dat alleen een voortoets op het niveau van het N2000-gebied en het (agrarisch) landgebruik van het omliggende landschap zinvol is. In dat verband is overigens relevant dat de provincie Drenthe wil laten onderzoeken of een zogenaamde 'generieke voortoets' mogelijk is (zie: https://www.provincie.drenthe.nl/actueel/nieuwsberichten/2025/juni/provincie-drenthe-zet-onderzoek/ ).
Cumulatieve effecten van gewasbeschermingsmiddelen hoeven niet te worden betrokken bij de toelatingsbeoordeling als er nog geen wetenschappelijke methoden beschikbaar zijn die het ctgb daarvoor kan gebruiken.
Gisteren heeft het CBb een belangwekkende uitspraak (ECLI:NL:CBB:2026:58) gedaan in het toelatingsspoor van gewasbeschermingsmiddelen. De zaak gaat over de toelating door het Ctgb van het gewasbeschermingsmiddel 'Wasan'. Daartegen voert de Stichting Pesticide Action Netwok Netherlands (hierna: 'PAN') in beroep bij het CBb aan dat het Ctgb de cumulatieve effecten van de blootstelling aan alle pesticiden die in de landbouw worden toegepast (en dus ook Wasan) ten onrechte niet heeft beoordeeld.
Het CBb gaat aan dit betoog voorbij en overweegt dat het Ctgb niet is tekortgeschoten in haar beoordeling. Dit heeft te maken met het feit dat (volgens artikel 4 lid 3 onder b van Verordening 1107/2009) de cumulatieve effecten niet hoeven te betrokken bij de beoordeling van de toelating als er nog geen wetenschappelijke methoden beschikbaar zijn die daarvoor kunnen worden gebruikt.
Dat het gebrek aan een wetenschappelijke methode om de cumulatieve effecten te beoordelen geen invloed heeft in het toelatingsspoor, maakt overigens niet dat daar geen rekening mee hoeft te worden gehouden in andere besluitvorming. Zie in dat verband mijn eerdere post van vandaag waarin de Afdeling oordeelde dat het EFSA-model onder meer om deze reden niet kan worden gebruikt in een locatiespecifiek onderzoek.
Ik houd jullie op de hoogte van verdere ontwikkelingen op het gebied van gewasbeschermingsmiddelen!