De voorzitter van de grote kamer van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 20 januari 2026 aan staatsraad advocaat-generaal (“A-G”) Snijders gevraagd een aanvullende conclusie te nemen over het vertrouwensbeginsel.

Specifiek wil de voorzitter van de A-G weten wat diens eerdere conclusie van 21 augustus 2024 over het vertrouwensbeginsel (ECLI:NL:RVS:2024:3420) betekent voor de beslechting van het geschil over de vergoeding van dispositieschade. In die zaak (over een dwangsombesluit) heeft het bestuursorgaan weliswaar gerechtvaardigd vertrouwen gewekt op basis waarvan een bedrijf heeft gedisponeerd, maar stelt het bestuursorgaan dat onvoldoende causaal verband bestaat tussen het gewekte vertrouwen en de door het bedrijf gestelde schade om de gevraagde schadevergoeding toe te kennen.