ABRvS 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2296. Bij de uitspraak van heden, is de bij besluit van 13 april 2021 verleende tijdelijke omgevingsvergunning voor de inmiddels gerealiseerde verbouwing van de twee stallen voor opslagdoeleinden onherroepelijk geworden.

Hoewel de omgevingsvergunning niet is verleend voor de plaatsing van de zonnepanelen, heeft deze omgevingsvergunning tot gevolg dat de zonnepanelen zonder omgevingsvergunning mogen worden geplaatst. In artikel 2.29 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl), dat geldt vanaf 1 januari 2024, zijn namelijk omgevingsplanactiviteiten met betrekking tot bouwactiviteiten opgenomen die altijd omgevingsvergunningvrij zijn, ongeacht welke regels verder in het omgevingsplan zijn opgenomen.
Op grond van artikel 2.29, aanhef en onderdeel d, van het Bbl, mogen in dit geval de zonnepanelen zonder omgevingsvergunning op de daken van de stallen worden geplaatst. De belemmering daarvoor in artikel 2.22, eerste lid, van het Bbl doet zich hier niet voor (artikel 2.22, eerste lid Bbl bepaalt dat de artikelen 2.27 en 2.29 Bbl niet van toepassing zijn op een activiteit die wordt verricht in, aan, op of bij een bouwwerk dat is gebouwd of in stand wordt gehouden of wordt gebruikt zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning of gereedmelding, bedoeld in artikel 2.21, YS). Dat betekent dat het college ook niet bevoegd is om handhavend op te treden tegen de geplaatste zonnepanelen.