De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: ‘de Afdeling’) heeft in haar uitspraak van 21 januari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:343) geoordeeld over het bestemmingsplan ‘Nijmegen Centrum – Binnenstad (Molenpoortpassage)’. Het bestemmingsplan voorziet in de transformatie van het winkelcentrum de Molenpoortpassage met parkeerdek naar (maximaal) 435 appartementen en commerciële voorzieningen in de plint. Het bijzondere aan de uitspraak is dat een volledig autovrij complex is beoogd te realiseren, conform gemeentelijk parkeerbeleid. Wat wordt hier aangevoerd?

Appellanten stellen zich ten eerste op het standpunt dat het parkeerbeleid, waarnaar de planregels van het bestemmingsplan dynamisch verwijzen, onverbindend is. De Afdeling overweegt echter dat een dynamische verwijzing naar beleidsregels in beginsel is toegestaan. De inhoud van deze beleidsregel ligt in deze procedure tegen het bestemmingsplan niet voor. De exceptieve toetsing van die beleidsregels kan volgens de Afdeling pas aan de orde komen bij een besluit tot verlenen van een omgevingsvergunning, waarbij toepassing is gegeven aan de betreffende beleidsregels.
Verder stellen appellanten dat het plan niet uitvoerbaar is en dat de autovrije opzet niet voldoende planologisch is geborgd. De Afdeling gaat hier echter niet in mee. Zij oordeelt dat in het plan is geborgd dat bij realisatie van het plan in voldoende parkeergelegenheid moet worden voorzien, conform de beleidsregels parkeren. Deze beleidsregels bieden expliciet ruimte voor autovrije ontwikkelingen in de binnenstad. Daarnaast is in de planregels een voorwaardelijke verplichting opgenomen op grond waarvan het gebruik uitsluitend is toegestaan als het college in het besluit tot aanwijzing parkeren heeft vastgelegd dat bewoners géén recht hebben op een parkeervergunning/-abonnement. De vraag of aan alle beleidsvoorwaarden wordt voldaan, is aan de orde in het kader van de vergunningverlening.
Tot slot komt nog aan bod of het verdwijnen van 289 parkeerplaatsen én het toevoegen van maximaal 435 woningen leidt tot een onaanvaardbare parkeerdruk. In dit geval heeft de raad dit toereikend onderzocht en gemotiveerd door de beschikbare parkeercapaciteit, de gehanteerde loopafstanden, het autovrije karakter van de ontwikkeling en de bereikbaarheid van alternatieve parkeervoorzieningen in onderlinge samenhang te betrekken, evenals de bereikbaarheid per openbaar vervoer en de gerealiseerde fietsparkeercapaciteit. Dat sommige bezoekers mogelijk verder moeten lopen dan voorheen doet hier niet aan af. Het gemeentelijk beleid is immers gericht op een autoluwe en verblijfsvriendelijke binnenstad.
Het bestemmingsplan blijft overeind en de herontwikkeling van het gebied kan doorgaan. Deze uitspraak is dan ook een mooi voorbeeld hoe een locatie binnen sterk stedelijk gebied getransformeerd kan worden naar woningbouw zonder te hoeven voorzien in talloze parkeerplaatsen. Heeft u vragen naar aanleiding van deze uitspraak of zit u met een andere vraag over stedelijke (her)ontwikkelingen? Neem dan gerust contact op.
Door Coen Willemse