Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Bedrijfsrelevante milieu-informatie mag niet zomaar openbaar worden gemaakt als het geen emissiegegevens betreft

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (“Afdeling”) oordeelt in haar uitspraak van 25 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:1075) dat de informatie waarvan om openbaarmaking is verzocht kwalificeert als bedrijfs- en fabricagegegeven én als milieu-informatie die geen betrekking heeft op emissies in het milieu, zodat de beslissing over openbaarmaking ervan een belangenafweging vergt.

4 March 2026

Samenvattingen

Aanleiding voor dit oordeel was het geschil over de beslissing van de minister van Klimaat en Groene Groei (destijds nog de minister voor Klimaat en Energie) om een meeromvattend, op de Wet openbaarheid van bestuur (“Wob”) gebaseerd informatieverzoek over twee subsidiebesluiten gedeeltelijk toe te wijzen. De subsidieontvanger, een in industriële en medische gassen gespecialiseerd bedrijf dat in het kader van het Porthos-project onder meer zogenoemde ‘koolstofarme’ of ‘blauwe’ waterstof produceert, betoogt dat het openbaar maken van de verzochte gegevens onevenredig nadelig uitpakt voor haar concurrentiepositie en daarom had moeten worden geweigerd. De Afdeling ziet zich onder meer voor de vraag gesteld of een specifiek onderdeel van beide subsidiebesluiten, het zogenoemde ‘nominaal vermogen’, moet worden aangemerkt als een bedrijfs- of fabricagegegeven (in zin van art. 10, eerste lid, aanhef en onder c Wob). Volgens de subsidieregeling wordt daaronder, kort gezegd, verstaan ‘het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbare warmte, koolstofdioxide-arme warmte of hernieuwbaar gas’. Volgens de Afdeling geeft het nominale vermogen inzicht in de mate waarin het bedrijf maximaal in staat is blauwe waterstof te produceren en CO2 af te vangen en op te slaan in het kader van het Porthos-project. Omdat een concurrent aan de hand van deze informatie aldus kan bepalen welke installatie hij moet bouwen om concurrerend te zijn op dezelfde markt, is naar het oordeel van de Afdeling sprake van bedrijfs- of fabricagegegevens in voornoemde zin. Het nominaal vermogen verschaft daarentegen geen informatie over de daadwerkelijke of voorzienbare CO2-uitstoot en ook geen informatie over de invloeden van de daadwerkelijke of voorzienbare CO2-uitstoot op het milieu, aldus de Afdeling. Ook stelt openbaarmaking van het nominaal vermogen het publiek niet in staat om te controleren of de beoordeling van de daadwerkelijke of voorzienbare CO2-uitstoot door de minister juist is. Daarmee kan het nominaal vermogen naar het oordeel van de Afdeling niet worden aangemerkt als milieu-informatie die betrekking heeft op emissies in het milieu (als bedoeld in art. 1, aanhef en onder g, Wob, in samenhang gelezen met art. 19.1a, eerste lid, Wet milieubeheer), waarvan de openbaarmaking op grond van Europese richtlijnen en Europese rechtspraak in beginsel is aangewezen (vgl. de Afdelingsuitspraak van 24 december 2019, ECLI:NL:RVS:2019:4422). De Afdeling concludeert dat art. 10, vierde lid, tweede volzin, Wob zich in dit geval verzet tegen openbaarmaking van het nomimaal vermogen, omdat aan het concurrentiebelang van het betrokken bedrijf een zwaarder gewicht toekomt dan aan het belang van openbaarmaking.

Artikel delen