Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Belanghebbende (concurrent) bij handhavingsverzoek inzake verhuur voor recreatieve doeleinden op afstand 15 kilometer?

ABRvS 4 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1238. Het is voor de vraag of [wederpartij] in haar hoedanigheid als concurrent als belanghebbende bij haar handhavingsverzoeken kan worden aangemerkt is slechts relevant of zij feitelijk bedrijfsactiviteiten uitoefent in hetzelfde verzorgingsgebied en marktsegment als waarin de bedrijfsactiviteiten plaatsvinden ter plaatse van de panden waar de handhavingsverzoeken over

7 March 2026

Samenvattingen

Niet in geschil is dat de panden van [wederpartij] aan de [locatie 2] en [locatie 3] in Westkapelle geschikt zijn voor de verhuur voor recreatief gebruik.

Wat betreft het marktsegment zijn de verschillen tussen het verhuren van een zogenoemde "Domburgse zomerwoning", en een reguliere woning of een appartement voor recreatieve doeleinden niet zo significant dat sprake is van verhuur aan verschillende doelgroepen. De rechtbank is er daarom terecht vanuit gegaan dat de verhuurders van de panden waarop [wederpartij]s handhavingsverzoeken zien en dat die panden een alternatief kunnen zijn voor haar panden.

M.b.t. het verzorgingsgebied liggen de panden van [wederpartij] op een maximale afstand l van ongeveer 15 km tot de in de handhavingsverzoeken genoemde panden. De Afdeling heeft eerder in hiervoor vermelde uitspraak van 13 juli 2022 overwogen dat rechthebbenden die hun pand verhuren voor recreatief verblijf op een afstand van ongeveer 15 kilometer tot de panden van [wederpartij], binnen hetzelfde verzorgingsgebied gebied vallen. De rb. heeft daarom terecht geconcludeerd dat [wederpartij] in hetzelfde verzorgingsgebied werkzaam is als de rechthebbenden van de panden waarop de handhavingsverzoeken betrekking hebben.

Niet in geschil is dat er in hetzelfde verzorgingsgebied duizenden (delen van) panden worden aangeboden voor recreatief verblijf op verhuurbasis. Het college heeft het daarom terecht uitgesloten geacht dat [wederpartij] enige feitelijk gevolgen, zoals omzetverlies, zal ondervinden door de beweerdelijke illegale verhuur van die 28 panden voor recreatief verblijf.

Omdat uitgesloten is dat [wederpartij] feitelijke gevolgen ondervindt van de verhuur voor recreatieve doeleinden van de panden die zij heeft genoemd in haar verzoeken om handhaving, is zij bij die verzoeken geen belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Haar verzoeken zijn daarom geen aanvraag als bedoeld in artikel 1:3, derde lid, van de Awb. Dit betekent dat de reactie van het college op die verzoeken geen afwijzing van een aanvraag is en daarom geen besluit als bedoeld in artikel 1:3, eerste lid, van de Awb is.

Artikel delen