De ABRvS heeft op 22 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:2289 opnieuw de vuistregel bevestigd dat sprake is van belanghebbendheid (art. 1:2 Awb) bij een besluit inzake het realiseren van een windturbinepark op een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine.

Het beroep van de inwoners van Loo die geen zienswijze hebben ingediend is ontvankelijk, omdat dit dorp binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de dichtstbijzijnde windturbine ligt (zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 21 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:616), dus binnen een straal van 2.400 meter, zodat zij belanghebbenden zijn bij de besluiten.
In genoemde uitspraak, ECLI:NL:RVS:2018:616, is hieromtrent het volgende overwogen. Voor windparken op land hanteert de Afdeling als uitgangspunt dat gevolgen van enige betekenis aanwezig kunnen worden geacht binnen een afstand van tien keer de tiphoogte van de voor appellanten dichtstbijzijnde windturbine, gemeten vanaf de voet van de windturbine. In veel gevallen bestaat ook buiten deze afstand zicht op het windpark, vooral als het windpark in open landschap ligt.
De Afdeling gaat er echter van uit dat de gevolgen van het zicht op het windpark voor het woon- en leefklimaat op een afstand van meer dan tien keer de tiphoogte in beginsel te beperkt zijn om nog te kunnen spreken van gevolgen van enige betekenis. Daarnaast gaat de Afdeling ervan uit dat op een afstand van meer dan tien keer de tiphoogte in beginsel geen andere gevolgen van enige betekenis van het windpark zijn te verwachten, zoals geluid- of slagschaduwhinder van enige betekenis.