Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Belanghebbendheid van een stichting

In een recente uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (‘de Afdeling’) stond de vraag centraal of de Stichting Betaalbare Woonstad Amsterdam (‘de stichting’) als belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 3 Awb kon worden aangemerkt bij een omgevingsvergunning van 23 november 2020 voor het bouwkundig splitsen van een eengezinswoning in vier zelfstandige woningen. De stichting is op 30 november 2020 opgericht met als doel om het huisvestingsbeleid in Amsterdam te veranderen. De stichting heeft in dat kader op 3 december 2020 een inspraakreactie gegeven.

2 March 2026

Samenvattingen

In beroep is de stichting door de rechtbank Amsterdam aangemerkt als belanghebbende in de zin van art. 1:2 lid 3 Awb. Het college van Amsterdam heeft in hoger beroep naar voren gebracht dat daar geen sprake van is. De stichting heeft namelijk volgens het college géén feitelijke werkzaamheden verricht die in het verlengde liggen van de statutaire doelstelling én die in relatie staan tot de omgevingsvergunning.

Om te kunnen bepalen of het belang van de stichting rechtstreeks is betrokken bij de verleende omgevingsvergunning is, naast het doel van de stichting, van belang of de stichting feitelijke werkzaamheden heeft verricht met het oog op de behartiging van de doelstelling. Volgens vaste jurisprudentie moet bij de beoordeling of een rechtspersoon feitelijke werkzaamheden verricht worden uitgegaan van de feitelijke werkzaamheden die de rechtspersoon heeft verricht tot uiterlijk de dag voor het einde van de bezwaartermijn. Het enkel in rechte opkomen tegen besluiten is onvoldoende (zie r.o. 5.1).

Oordeel van de Afdeling

De Afdeling is van oordeel dat de stichting niet voldoende feitelijke werkzaamheden heeft verricht waaruit blijkt dat de stichting de bij de omgevingsvergunning betrokken belangen behartigt. Het indienen van een inspraakreactie is onvoldoende om van feitelijke werkzaamheden in de zin van art. 1:2 lid 3 Awb te spreken.

De stichting is eerder dan ook ten onrechte als belanghebbende aangemerkt. De stichting is ten onrechte ontvankelijk verklaard in haar beroep. De uitspraak van de rechtbank Amsterdam wordt daarom, alleen al hierom, door de Afdeling vernietigd.