Stichting Animal Rights en Stichting Fauna4Life komen op tegen een ontheffing die is verleend voor het doden van knobbelzwanen om belangrijke schade aan gewassen te voorkomen. Betwist wordt dat er sprake is van belangrijke schade.

De Afdeling verwijst naar de uitspraak van 8 november 2023, ECLI:NL:RVS:2023:4116, onder 12.4 waaruit blijkt dat aan belangrijke schade is voldaan, als is gebleken van een concrete dreiging van belangrijke schade. Bij de invulling van het begrip "belangrijke schade" en bij het bepalen van een concrete dreiging daarvan, komt het college beoordelingsruimte toe. Niet vereist is dat de belangrijke schade zich al heeft voorgedaan. Uit het enkele gegeven dat een schadeveroorzakende diersoort en schadegevoelige gewassen in een gebied voorkomen, kan niet de conclusie worden getrokken dat belangrijke schade zich in die gebieden voordoet. Daarbij komt aan de schadehistorie belangrijke betekenis toe.
In deze uitspraak verwijst de Afdeling ook naar het feit dat artikel 3.3, vierde lid, onder b, onderdeel 3, van de Wnb (oud) een implementatie is van artikel 9, eerste lid, van de Vogelrichtlijn. Het begrip belangrijke schade moet bovendien hetzelfde worden uitgelegd als het begrip "ernstige schade" in artikel 16, eerste lid, van de Habitatrichtlijn (nr. 1992/43/EEG). De Afdeling verwijst naar verschillende arresten die betrekking hebben op dit begrip.
De Afdeling is in deze zaak van oordeel dat het college onvoldoende heeft onderbouwd dat sprake is van belangrijke schade in de jaren voorafgaand aan het verlenen van de ontheffing. AbRvS 1 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1827