Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Beroep doen op vertrouwensbeginsel? Let dan op wie spreekt!

Hoe ver strekt het vertrouwensbeginsel zich? Het is een vraag waar in de rechtspraak al vaak over is gediscussieerd, maar waar nog altijd veel vraagtekens bij worden gesteld.

9 April 2026

Samenvattingen

Zo ook in de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 1 april 2026. In deze zaak draait het om een zorgondernemer die al lange tijd een zorgboerderij exploiteert en zijn activiteiten wil uitbreiden met een 24-uurszorgaccomodatie. Het college had in een periode van vier jaar drie keer expliciet een positief principestandpunt ingenomen over een woonzorgcentrum op het perceel, waarna de zorgondernemer een aanvraag indiende. Vervolgens gaf het college plots aan toch niet meer te willen meewerken en heeft het college ook aan de raad voorgesteld om de vereiste verklaring van geen bedenkingen niet af te geven. Dat heeft de raad uiteindelijk ook niet gedaan, onder meer omdat het meende dat op de locatie geen aanvaardbaar woon- en leefklimaat kon worden gegarandeerd. De vergunningaanvraag werd daarom afgewezen.

De ondernemer kon zich niet vinden in deze beslissing en deed een beroep op het vertrouwensbeginsel. Hij had immers jarenlang positieve signalen gekregen van het college en vond dat hij daarop had mogen bouwen.

De Afdeling erkent dat de zorgondernemer redelijkerwijs de verwachting mocht hebben dat het college zou meewerken aan het project. Dat maakt echter niet dat het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde. Cruciaal is namelijk wie die verwachtingen heeft gewekt. Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel moet het vertrouwen zijn gewekt door of toe te rekenen zijn aan het bevoegde bestuursorgaan. Daar ligt hier het probleem.

De uitlatingen zijn gedaan door het college. De raad is niet gebonden aan uitlatingen van het college, anders dan wanneer de raad instemt met die uitlatingen. Dat was hier niet het geval. Dat betekent dat de ondernemer wel mocht vertrouwen op een positieve houding van het college, maar dat dat niet automatisch betekende dat ook de raad een positieve beslissing zou nemen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde daarom niet.

Uit deze uitspraak blijkt opnieuw hoe belangrijk het is om scherp te hebben wie een toezegging doet, of diegene bevoegd is om een toezegging te doen namens het bevoegde bestuursorgaan en of je als burger of bedrijf aan de hand van die toezegging redelijkerwijs mag verwachten of iets wel of niet gebeurt.

Heeft u vragen over de reikwijdte van het vertrouwensbeginsel? Neem dan contact op met Gerard van der Wende of met Fleur Huisman.

U leest de uitspraak hier. 

Artikel delen