Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State 13 mei 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2772). In september 2023 heeft de raad van de gemeente Bergeijk een bestemmingsplan vastgesteld dat voorziet in de sanering van een agrarische bedrijfslocatie in Westerhoven. Het plan maakt de realisatie van 13 woningen op deze locatie mogelijk. Enkele omwonenden, onder wie een agrarisch bedrijf, hebben tegen het vaststellingsbesluit beroep ingesteld bij de Afdeling. Het agrarische bedrijf vreest onder meer dat verwezenlijking van het plan tot beperkingen in de bedrijfsvoering zal leiden.

Het agrarische bedrijf voert onder meer aan dat tussen de percelen waarop gewasbeschermingsmiddelen mogen worden toegepast en de voorziene woningen, met inbegrip van de daarbij behorende tuinen, geen afstand in acht is genomen.
De raad stelt zich op het standpunt dat op deze percelen thans geen gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. Daarnaast is in het plan een voorwaardelijke verplichting opgenomen tot het aanleggen van een dubbele haag, die eventuele drift van deze middelen zou moeten beperken indien deze in de toekomst alsnog worden toegepast.
De Afdeling overweegt als volgt:
”.2. Vaste rechtspraak is dat er geen wettelijke bepalingen over de minimaal aan te houden afstanden bestaan tussen gronden waarop gewassen worden geteeld en nabijgelegen woningen en tuinen (zie bijvoorbeeld de uitspraak van 29 maart 2017, ECLI:NL: RVS:2017:868). In het algemeen wordt een afstand van 50 m als spuitvrije zone tussen gevoelige functies en agrarische bedrijvigheid, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt, niet onredelijk geacht (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 18 maart 2020, ECLI:NL:RVS:2020:804). Dit betekent niet dat een kortere afstand in een bepaalde situatie niet redelijk zou kunnen zijn, maar aan het hanteren van een kortere afstand moet een goede motivering ten grondslag worden gelegd (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 16 november 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3303).”
En vervolgens:
“5.3. De raad heeft niet goed gemotiveerd dat het bestemmingsplan onaanvaardbare gezondheidsrisico’s door gewasbeschermingsmiddelen uitsluit. De raad is bij de vaststelling van het bestemmingsplan namelijk ten onrechte niet uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden. Weliswaar worden er op de agrarische percelen van [appellante sub 3] en anderen op dit moment geen gewasbeschermingsmiddelen gebruikt, maar het bestemmingsplan “Buitengebied Bergeijk 2011” sluit dit niet uit. In dit geval is de afstand tussen de woonbestemmingen op een aantal percelen in het plangebied en de agrarische percelen van [appellante sub 3] en anderen korter dan 50 m, namelijk 0 m. Een kortere afstand dan 50 m kan slechts worden gehanteerd als een zorgvuldig op de locatie toegesneden onderzoek daartoe aanleiding geeft. De voorwaardelijke verplichting van artikel 10.4.2 van de planregels dat het gebruik van woningen uitsluitend is toegestaan als bij de aanduiding “Groen – afschermende haag” een in dat artikel genoemde haag is ingericht, is dan ook onvoldoende. Dit betekent dat het besluit in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Awb is genomen.”
Deze beroepsgrond slaagt daarom. De overige beroepsgronden slagen niet. Het beroep van het agrarische bedrijf is daarom gegrond, hetgeen leidt tot vernietiging van het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan.
De vraag rijst of dit voorkomen had kunnen worden en welke stappen de raad van Bergeijk in dat verband had moeten zetten.
Op het eerste gezicht lijkt de raad de hiervoor aangehaalde vaste jurisprudentie van de Afdeling onvoldoende in de besluitvorming te hebben betrokken. Het uitsluitend voorschrijven van een dubbele haag is onvoldoende. Kennelijk ontbreekt bovendien een locatie-specifiek onderzoek waaruit volgt dat deze voorziening voldoende waarborgen biedt ter voorkoming van onaanvaardbare gezondheidsrisico’s.
In de uitspraak van 6 november 2024 (ECLI:NL:RVS:2024:4506) heeft de Afdeling een afstand van minder dan 50 meter bij nieuwbouw aanvaardbaar geacht, omdat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen op het aangrenzende terrein binnen die 50 meter planologisch was uitgesloten door de functieaanduiding “specifieke vorm van agrarisch – milieuzone chemische gewasbeschermingsmiddelen”.
In die zaak ging het om een weiland dat hobbymatig werd gebruikt voor het houden van paarden. Volgens de Afdeling was het toelaatbaar dat, ten behoeve van een spuitzone, een agrarisch perceel wordt beperkt in zijn mogelijkheden en dat dus de maximale planologische maatregelen worden beperkt ten behoeve van woningbouw. De agrarische bestemming bleef daarbij in stand.
Aangenomen moet worden dat een dergelijke situatie zich in Bergeijk niet voordoet en dat het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen daar in beginsel onderdeel uitmaakt van regulier agrarisch gebruik. In dat geval had een locatie-specifiek onderzoek moeten worden verricht om een afstand van minder dan 50 meter toereikend te kunnen motiveren. Een dergelijk onderzoek ontbreekt.