De gemeenteraad van Breda heeft in het bestemmingsplan Buitengebied beoogd te regelen dat het plan geen significante gevolgen heeft voor omringende Natura 2000-gebieden. In het plan is opgenomen dat alleen van het bouwverbod kan worden afgeweken als dat stikstofneutraal gebeurt: "Bouwen, gebruiken en/of aanleggen waarbij geen sprake is van een toename van stikstofdepositie op voor stikstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied, hierbij geldt dat de (vermeende) stikstofdepositie moet worden afgezet tegenover hetgeen ten tijde van vaststelling van het bestemmingsplan legaal aanwezig, gebruikt en/of aangelegd is c.q. mag zijn;".

De Afdeling verwijst naar de uitspraak van 14 januari 2026, ECLI:NL:RVS:2026:193, over intern salderen in het kader van bestemmingsplannen. Het plan maakt ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die gelet op de uitkomst van de voortoets passend hadden moeten worden beoordeeld. Dat is ten onrechte niet gebeurd.
Daar komt bij dat de raad in de definitie van stikstofneutraliteit is uitgegaan van een onjuiste referentiesituatie. Door de zinsnede "c.q. mag zijn", wordt de stikstofdepositie van de ruimtelijke ontwikkeling namelijk ten onrechte afgezet tegen een situatie die planologisch gezien wel mag worden gerealiseerd, maar feitelijk nog niet is gerealiseerd.
Ook heeft de raad onvoldoende inzicht gegeven in de feitelijk aanwezige, planologisch legale situatie van de agrarische bedrijven in het plangebied. Het is niet uitgesloten dat op de locaties waarop ten tijde van de vaststelling van het plan een akkerbouwbedrijf was gevestigd, nu een veehouderij is toegestaan.
Verder is de voorwaarde dat ontwikkelingen stikstofneutraal moeten plaatsvinden alleen gekoppeld aan de bouwregels van het plan en niet aan de gebruiksregels. Het is niet uitgesloten dat de maximale capaciteit van reeds gebouwde stallen ten tijde van de vaststelling van het plan nog niet was bereikt, zodat uitbreiding van de veestapel zonder vergunningplichtige bouwwerkzaamheden mogelijk is.
De Afdeling ziet geen aanleiding om een bestuurlijke lus toe te passen omdat niet aannemelijk is dat een lus leidt tot snellere besluitvorming. AbRvS 30 april 2026 ECLI:NL:RVS:2026:2441