Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Bevestiging dat handhavingsbevoegdheid i.v.m. handelen in strijd met omgevingsplan bestaat uit art. 18.2, lid 2 omgevingswet en niet lid 1

Rechtbank Den Haag 19 maart 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:4543. In de praktijk speelt de vraag of bij een overtreding v.d. omgevingsplanregels de handhavingsbevoegdheid voortvloeit uit art. 18.2, lid 1 dan wel 18.2, lid 2 Omgevingswet.

19 March 2026

Art. 18.2, lid 1 Ow bepaalt dat als sprake is van een activiteit waarvoor o.g.v. paragraaf (par.) 4.1.1 Ow algemene regels zijn gesteld, de handhavingstaak berust bij het o.g.v. par. 4.1.3 Ow voor die activiteit bevoegde gezag.

Art. 18.2, lid 2 Ow bepaalt dat als sprake is van een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning is vereist, de handhavingstaak berust bij het o.g.v. par. 5.1.2 Ow voor die omgevingsvergunning bevoegde gezag.

Een eerste lezing van deze twee artikelleden zou de gedachte kunnen opleveren dat bij het handelen in strijd met het omgevingsplan art. 18.2, lid 1 Ow van toepassing is. De omgevingsplanregels bestaan immers uit algemene regels zoals expliciet ook genoemd in par. 4.1.1 Ow (de eerste twee artikelen uit deze par., art. 4.1 en 4.2 Ow, handelen over algemene regels in omgevingsplannen).

In de uitspraak van de Rechtbank Den Haag wordt echter geoordeeld dat de handhavingsbevoegdheid in dit geval voortvloeit uit art. 18.2, lid 2 Ow. Deze uitspraak gaat over een last onder dwangsom die het college eiseres heeft opgelegd vanwege diverse strijdigheden met het Omgevingsplan - waaronder het huisvesten van arbeidsmigranten - in bepaalde panden.

De redenering is als volgt. Ingevolge art. 5.1, lid 1, onder a Ow is het verboden om zonder omgevingsvergunning een omgevingsplanactiviteit te verrichten.

In de bijlage bij art. 1.1 Ow wordt een 'omgevingsplanactiviteit' o.a. omschreven als een activiteit waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan.

In het bestreden besluit heeft het college zich op het standpunt gesteld dat het gebruik van de locaties in strijd is met het bestemmingsplan, mede omdat voor het huisvesten van arbeidsmigranten in de vorm van kamerbewoning in dit geval geen omgevingsvergunning is verleend voor het afwijken van de specifieke gebruiksregels van het omgevingsplan.

De vzr. stelt vast dat niet in geschil is dat het huisvesten van arbeidsmigranten in de vorm van kamerbewoning, zonder te beschikken over een omgevingsvergunning voor het afwijken van de specifieke gebruiksregels van het omgevingsplan een overtreding oplevert van art. 5.1, lid 1, onder a, en lid 2, onder a Ow in samenhang gelezen met art. 22.26 Omgevingsplan. Het college was o.g.v. art. 18.2, lid 2 Ow bevoegd om te handhaven.

Artikel delen