De gemeenteraad van Tilburg heeft bepaald dat voor maatschappelijk gevoelige initiatieven een bindend raadsadvies vereist is. Het initiatief bestaat uit dertig prikkelarme woonunits met ambulante begeleiding en een beheerder. Het college kwalificeert dit als regulier wonen en verleent een BOPA zonder bindend advies van de gemeenteraad

De voorzieningenrechter (die kortsluit) twijfelt of het college van Tilburg terecht heeft geconcludeerd dat voor een BOPA geen bindend advies van de gemeenteraad nodig was. Volgens de voorzieningenrechter valt niet goed in te zien waarom geen sprake zou zijn van een maatschappelijke voorziening. In de Richtlijn maatschappelijke voorzieningen worden namelijk ook woonvormen met een beperkte vorm van zorg en veel vrijheid als maatschappelijke voorziening genoemd.
Ook ten aanzien van de vraag of sprake is van een “gevoelig initiatief” schiet de motivering tekort. De voorzieningenrechter wijst erop dat de Richtlijn daarvoor verschillende factoren noemt en dat een beheerplan al snel een aanwijzing vormt voor gevoeligheid. Ook de omvang van het project – dertig wooneenheden – speelt daarbij een rol. Het college krijgt de gelegenheid het gebrek te herstellen.
De voorzieningenrechter oordeelt nog niet dat de gemeenteraad om advies had moeten worden gevraagd omdat het college nog een kans krijgt om beter uit te leggen waarom dat volgens hem niet nodig was. Als het college dat in zijn herstelpoging goed uitlegt, dan zal het beroep naar verwachting weliswaar gegrond zijn en zal het bestreden besluit worden vernietigd, maar kunnen mogelijk de rechtsgevolgen van de omgevingsvergunning in stand worden gelaten. Slaagt het college niet in die herstelpoging, dan ligt volgens de voorzieningenrechter voor de hand dat alsnog een bindend advies van de gemeenteraad vereist was. In dat geval was het college niet bevoegd de BOPA te verlenen.
Het college kan er echter ook voor kiezen om in plaats van een verbeterde motivering direct de gemeenteraad om (bindend) advies te vragen. Die keus laat de voorzieningenrechter aan het college.
Rechtbank Zeeland - West-Brabant, ECLI:NL:RBZWB:2026:3486