De voorzieningenrechter van de rechtbank Rotterdam heeft op 27 januari 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:632) een relevante uitspraak gedaan over een buitenplanse omgevingsplanactiviteit (BOPA) voor het gebruik van een bestaand gebouw als tijdelijke opvanglocatie voor 80 alleenstaande minderjarige vreemdelingen. De uitspraak onderstreept dat sociale veiligheid een zelfstandig relevant aspect is binnen de toets aan de evenwichtige toedeling van functies aan locaties (ETFAL). Maatregelen ter waarborging van de sociale veiligheid moeten daarnaast ook opgenomen worden in de omgevingsvergunning.

Omdat het gebruik van het winkelpand als opvanglocatie in strijd was met het omgevingsplan, mocht de vergunning alleen worden verleend met het oog op ETFAL. Daarbij heeft het college bij het al dan niet verlenen van de vergunning beleidsruimte. Desalniettemin moet het college wel alle relevante ruimtelijke belangen betrekken. In de ruimtelijke onderbouwing waren maatregelen ter waarborging van de sociale veiligheid aangekondigd, waaronder het opstellen van een veiligheidsplan, maar dit plan was ten tijde van de vergunningverlening nog niet vastgesteld en de verplichting tot het opstellen ervan was ook niet als voorschrift aan de vergunning verbonden.
Volgens het COA / het college vielen zowel de naleving van de vergunning als eventuele overlastkwesties primair binnen het handhavingsspoor. De voorzieningenrechter oordeelde dat het college bij een functie van deze aard en omvang niet volledig voorbij kan gaan aan het aspect sociale veiligheid in het ruimtelijke spoor. De omgevingsvergunning bood op het punt sociale veiligheid (af te wegen binnen de ETFAL-toetsing) onvoldoende zekerheid voor omwonenden.
De rechter trof daarom een voorlopige voorziening: de opvanglocatie mocht door het COA pas in gebruik worden genomen nadat het veiligheidsplan zou zijn vastgesteld.
De hierboven behandelde uitspraak – maar ook de eerdere uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 10 oktober 2025, ECLI:NL:RBOBR:2025:6283 - illustreren dat de sociale veiligheid binnen het kader van de ETFAL-toetsing een meer prominente rol inneemt ten opzichte van de rol binnen de toets aan de ‘goede ruimtelijke ordening’ (het criterium inzake ruimtelijke aanvaardbaarheid onder de Wet ruimtelijke ordening).
Uit de genoemde uitspraken blijkt dat het belangrijk is om de sociale veiligheid mee te nemen in de ETFAL-beoordeling en eventuele maatregelen eveneens te borgen in de vergunning.