Is een botenhuis met gastenverblijf een bijbehorend bouwwerk? Uit de NvT Bor (Stb. 2010, 143, p. 133) volgt dat met functionele verbondenheid, als bedoeld in de definitie in art. 1, lid 1 bijlage II Bor, wordt bedoeld dat sprake moet zijn van een gebruik van het bijbehorende bouwwerk dat in planologisch opzicht is gerelateerd aan het gebruik van het zich op hetzelfde perceel bevindende hoofdgebouw. Omdat bouwwerken in bijlage II van het Bor niet alleen bij woningen maar ook bij andere hoofdgebouwen zijn toegestaan, is gezocht naar een vergelijkbaar, meer algemeen criterium waaruit de functioneel planologische verbondenheid tussen een hoofdgebouw en een bijbehorend bouwwerk tot uitdrukking wordt gebracht. Met het vereiste van functionele verbondenheid wordt bij woningen en woongebouwen in dit opzicht dus geen wijziging beoogd ten opzichte van het criterium uit het Bblb van vergroting van het woongenot. Het gebruik van een bij een woning behorend bouwwerk moet dus gerelateerd zijn aan het gebruik van die woning, zo staat in de nota van toelichting.

Beoordeeld moet worden of het gebruik van het botenhuis met gastenverblijf strekt tot vergroting van het woongenot. De Rb. heeft overwogen dat het botenhuis met gastenverblijf is aan te merken als bijbehorend bouwwerk. Het is functioneel verbonden met de woning. Daarbij heeft de Rb. van belang geacht dat blijkt dat het botenhuis is bedoeld voor de stalling van de eigen boot van [partij] en dat het gastenverblijf voor bevriende gasten zal worden gebruikt.
De Rb. heeft geoordeeld dat het college daarom toepassing kon geven aan art. 2.12, lid 1, onder a, onder 2° Wabo, gelezen in samenhang met art. 4, onderdeel 1, bijlage II Bor. De Afdeling kan zich hierin vinden. Weliswaar is op het aanvraagformulier en op de tekeningen bij de aanvraag 'logies' en 'logiesfunctie' als beoogd gebruik vermeld, maar het college heeft in die enkele vermelding, mede gelet op de uitdrukkelijke verklaringen van [partij] over het gebruik van het gastenverblijf, geen aanleiding hoeven zien dat een bedrijfsmatig gebruik is aangevraagd. Er van uit kan worden gegaan dat de aanvraag gaat over een gastenverblijf dat zal worden gebruikt voor het onderbrengen van bevriende gasten en waarin geen commercieel nachtverblijf zal worden geboden. Voor dat gebruik is de omgevingsvergunning verleend. Als het gastenverblijf anders wordt gebruikt, dan kan het college handhavend optreden wegens gebruik in strijd met de omgevingsvergunning.
YS: In de bruidsschat is in artikel 22.27, 22.36 en 22.37 ook de term ‘bijbehorend bouwwerk’ opgenomen. Ook in het Bbl komt in art. 2.29 en 2.17 het begrip ‘bijbehorend bouwwerk’ voor. Dit begrip is overgenomen uit bijlage II Bor en wordt niet inhoudelijk gewijzigd.