"Volgens de modellen blijven we binnen de geluidsnormen voor windturbines." De rechter heeft daar nu korte metten mee gemaakt in de recente uitspraak ECLI:NL:RBMNE:2026:2092 van 1 mei 2026. De kern? Alleen door te meten kan worden vastgesteld of sprake is van een overtreding van de geluidsnormen n.a.v. een handhavingsverzoek.

Wat was hier aan de hand?
De rechtbank oordeelt dat het betreffende college niet simpelweg mag concluderen dat normen worden nageleefd zonder fysieke metingen te verrichten:
Einde aan aannames: de rechtbank erkent dat het weliswaar gebruikelijk is om bij de verlening van een vergunning uit te gaan van gesimuleerde rekenmodellen, maar benadrukt dat er een andere standaard geldt zodra de windturbines er eenmaal staan. Wanneer burgers klagen over geluidsoverlast en er gecontroleerd moet worden of de normen daadwerkelijk worden overtreden, kan het college niet blijven leunen op papierwerk alleen. Omdat de turbines inmiddels al geruime tijd in werking zijn, is het volgens de rechter mogelijk - en noodzakelijk - om inzicht te krijgen via daadwerkelijke geluidmetingen.
Hoewel de rechtbank begrijpt dat het meten van geluid technisch ingewikkeld is (mede door de geldende jaarnorm), mag dit geen reden zijn om fysieke metingen volledig achterwege te laten.
Geen 'bestuurlijke lus'. Omdat te verwachten is dat het geluidonderzoek enige tijd zal duren en te onzeker is wanneer dat kan worden afgerond, ziet de rechtbank geen ruimte om toepassing te geven aan de zogenoemde bestuurlijke lus.
15 maanden de tijd: het college krijgt maximaal 15 maanden om een representatief onderzoek te doen. Waarom? Omdat er een jaarnorm geldt en je dus door de seizoenen heen moet meten.
De uitspraak betekent dat we voor elk windpark in Nederland mogelijk naar langdurige, fysieke meettrajecten gaan in plaats van theoretische computermodellen bij toezicht en handhaving.