Het College ziet zich gesteld voor de vraag of de minister de brief van 28 juni 2021 en de brieven van 30 augustus 2021 en 3 december 2021, voor zover daarin het verscherpte toezicht is verlengd, terecht heeft aangemerkt als besluiten in de zin van artikel 1:3 Awb waartegen bezwaar en beroep openstaat.

Het College overweegt dat de mededeling om de onderneming onder verscherpt toezicht te plaatsen geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 Awb. Op grond van artikel 1:3, eerste lid Awb is een besluit gericht op rechtsgevolg.
Dit betekent dat de beslissing moet zijn bedoeld om verandering te brengen in de rechten en/of plichten van degene tot wie die beslissing is gericht (vergelijk de uitspraak van het College van 27 februari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:127, onder 3.1).
Omdat inspecties feitelijke handelingen zijn, zijn de beslissingen om de onderneming onder verscherpt toezicht te stellen en het verscherpte toezicht te verlengen niet op rechtsgevolg gericht. Het betreffen slechts mededelingen over feitelijk handelen (zie de uitspraak van het College van 17 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:919, onder 3.5.5).
Er bestaat ook geen aanleiding om de mededelingen over (de verlenging van) het verscherpte toezicht gelijk te stellen met een besluit dat voor bezwaar en beroep vatbaar is.