Uit de tussenuitspraak van de Afdeling van 17 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6191) volgt dat de burgemeester in dit geval exclusief bevoegd was om te beslissen op het aan het college gerichte informatieverzoek; het college had het informatieverzoek daartoe moeten doorzenden aan de burgemeester. Aanleiding voor dit oordeel was een geschil over het op grond van de Wet open overheid (“Woo”) collegebesluit tot gedeeltelijke openbaarmaking van e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden.

In hoger beroep twisten het college en de betrokken (inmiddels voormalige) burgemeester onder meer over de vraag of het college daartoe wel bevoegd was. De Afdeling overweegt dat het Woo-verzoek weliswaar aan het college is gericht, maar uitsluitend ziet op door de voormalige burgemeester verzonden en ontvangen e-mails. Binnen de organen van de gemeente heeft de burgemeester verschillende rollen, aldus de Afdeling: de rol van burgemeester als zodanig, als voorzitter van de gemeenteraad en als voorzitter van het college. Aangenomen moet worden volgens de Afdeling dat in de functionele mailbox van de burgemeester, naast mogelijk persoonlijke e-mails en e-mails over (wettelijke) nevenfuncties, in ieder geval e-mails zullen zitten die betrekking hebben op elk van deze rollen en naar hun aard verband houden met de publieke taak die de burgemeester in zijn verschillende rollen vervult (vgl. art. 2.1 Woo). Omdat het informatieverzoek in dit geval uitsluitend ziet op e-mails die zich in de functionele mailbox van de burgemeester bevinden én het verzoek niet alleen betrekking op informatie die een aangelegenheid van het college betreft, lag het op de weg van de burgemeester - dat wil zeggen: de persoon die dat ambt op dat moment vervult - dan wel iemand in zijn opdracht om deze inventarisatie te maken. Het college had het informatieverzoek naar het oordeel van de Afdeling daarom op grond van art. 4.2, eerste lid, Woo moeten doorzenden aan de burgemeester. Voor zover de informatie die zich in de functionele mailbox bevindt een aangelegenheid van de burgemeester in zijn rol van burgemeester als zodanig betreft, is deze informatie volgens de Afdeling alleen bestemd voor de burgemeester en kan alleen de burgemeester - dat wil zeggen: de ambtsdrager op dat moment - een beslissing op het Woo-verzoek nemen. De Afdeling concludeert dat het college niet bevoegd was te beslissen op het informatieverzoek, voor zover de informatie in de opgevraagde e-mails een aangelegenheid van de burgemeester als zodanig betreft.