Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

B&W moet verzoek bezwaarprocedure overslaan (art. 7:1a Awb) i.v.m. omgevingsplan doorsturen naar gemeenteraad

Het Omgevingsplan bepaalt dat een percentage van het bebouwingsgebied mag worden bebouwd met vergunningsvrije bijbehorende bouwwerken (art. 22.36, onder a Omgevingsplan). De rechtbank stelt vast dat eisers de berekening van het college, zoals volgt uit de vooraanschrijving, van het aantal vierkante meters aan bouwwerken in het achtererfgebied niet hebben betwist. Dat geldt ook voor de oppervlakte van de schuur (55 m2) en de overkapping (17 m2). Eisers betwisten uitsluitend dat de oppervlakte van de oorspronkelijke garage meetelt bij de vaststelling van het aantal vierkante meters aan vergunningsvrije bouwwerken.

3 January 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

In dit kader hebben eisers na afloop van de hoorzitting in bezwaar het college schriftelijk verzocht om de garage planologisch onderdeel uit te laten maken van het hoofdgebouw.

Op 17 maart 2025 heeft het college een feitelijk antwoord gegeven op het verzoek van eisers. Het college stelt dat het oorspronkelijk hoofdgebouw bepalend is voor de vraag wat is toegestaan aan vergunningsvrije bouwwerken. Tegen de brief van het college hebben eisers bezwaar gemaakt.

Het college heeft de rechtbank verzocht om met toepassing van artikel 7:1a van de Algemene wet bestuursrecht het bezwaar van eisers tegen de feitelijke mededeling van het college dat de garage geen deel uitmaakt van het oorspronkelijke hoofdgebouw niet-ontvankelijk te verklaren.

De rechtbank wijst het verzoek van het college om rechtstreeks beroep af. De rechtbank stelt vast dat de gemeenteraad het bevoegde orgaan is voor het vaststellen en wijzigen van het Omgevingsplan. Dat leidt ertoe dat het college onbevoegd is om op het verzoek van eisers te beslissen en dat de nog te nemen beslissing op bezwaar naar verwachting die strekking zal hebben. Het college zal het verzoek van eisers daarom moeten doorsturen naar de gemeenteraad. De brief van het college van 17 maart 2025 kan hooguit worden gekwalificeerd als een feitelijke handeling, namelijk de weigering om het verzoek door te sturen naar de gemeenteraad (ABRvS 30 april 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1940).

Artikel delen