Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Concreet zicht op legalisering bij overtreding bestemmingsplan (waarvoor b & w dus bevoegd is) vanwege eventuele provinciale ontwikkelingen?

Tussen partijen is niet in geschil dat de bouwwerken op eisers percelen strijdig zijn met de op die delen geldende bestemming ‘Natuur’ en dat er geen omgevingsvergunning is aangevraagd of verleend om de bouwwerken te mogen laten staan. Het college is daarom bevoegd om, op grond artikel 2.1 van de Wabo, handhavend op te treden.

6 February 2026



Volgens vaste rechtspraak van de Afdeling moet voor concreet zicht op legalisatie van met het bestemmingsplan strijdig gebruik ten minste een begin zijn gemaakt met de voor verlening van die vergunning vereiste procedure en is dit niet mogelijk zonder een aanvraag. Alleen al omdat eiser geen omgevingsvergunning heeft aangevraagd voor de bouwwerken, bestond in dit geval geen concreet zich op legalisatie. Bovendien heeft het college in de bezwaar- en beroepsprocedure duidelijk gemaakt niet bereid te zijn een omgevingsvergunning te verlenen. Ook dit gegeven staat in de weg aan concreet zicht op legalisatie (ABRvS 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:854).

Voor zover eiser betoogt dat er dankzij de provinciale ontwikkelingen alsnog concreet zicht op legalisatie bestond, overweegt de rechtbank dat uitsluitend het college van B & W bevoegd is tot het verlenen van toestemming om af te wijken van het bestemmingsplan, of tot het wijzigen van het bestemmingsplan waardoor de bouwwerken in de nieuwe situatie zouden zijn toegestaan. Hiervan is, zoals eiser ook erkent, geen sprake. De plannen van de provincie, voor zover die de bouwwerken zouden toestaan, kunnen dus niet in de weg staan aan handhaving. De door eiser aangevoerde communicatie met de provincie Zuid-Holland is bovendien van ná het bestreden besluit. Het bestreden besluit werd genomen op 30 januari 2024.

Eiser ontving daarna, op 12 maart 2024, een brief van de provincie over het voornemen tot een natuurgerichte ontwikkeling van het gebied waarop ook eisers percelen staan. Het college hoefde deze communicatie dan ook niet te betrekken bij zijn besluitvorming (ABRvS 8 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:35).

Artikel delen