Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Dakterras is geen afzonderlijk bouwwerk, geen gebouw zijnde: jurisprudentie onder Omgevingswet voortgezet

Rechtbank Overijssel 24 april 2026, ECLI:NL:RBOVE:2026:2128. Het is vaste rechtspraak (ABRvS 10 juni 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1801) dat een dakterras geen afzonderlijk bouwwerk, geen gebouw zijnde, is, maar dient te worden aangemerkt als onderdeel van het bestaande gebouw. Deze rechtspraak is tot stand gekomen onder het oude recht dat was neergelegd in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo) en het Bor.

25 April 2026

Samenvattingen

De rechtbank ziet echter geen aanleiding om hier in het kader van de Omgevingswet anders over te oordelen. Daarom is de rechtbank van oordeel dat het dakterras moet worden aangemerkt als onderdeel van het bijbehorende bouwwerk waarop het wordt gerealiseerd. Dat het dakterras geen dak heeft, is daarbij niet van belang. Ook de omstandigheid dat in het Bor een regeling was opgenomen voor het vergunningsvrij realiseren van een dakterras is in dit geval niet relevant.

De rechtbank constateert dat in het omgevingsplan (en het daarvan deel uitmakende bestemmingsplan) geen verbod is opgenomen op het realiseren van dakterrassen op bestaande bouwwerken. Dat betekent dat voor het gebruik van het platte dak als dakterras op zichzelf geen omgevingsvergunning voor een omgevingsplanactiviteit nodig is. Voor zover bij het realiseren van een dakterras bouwactiviteiten worden verricht, is wel sprake van een vergunningplichtige omgevingsplanactiviteit (dit volgt uit de artikelen 1.1, eerste lid, en 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Ow, de bijlage bij artikel 1.1 van de Ow en artikel 22.26 van de planregels van het omgevingsplan). Daarnaast is voor het realiseren van een dakterras een omgevingsvergunning voor de technische bouwactiviteit nodig. Die vergunning is in dit geval verleend bij afzonderlijk besluit van 1 november 2024.

Artikel delen