De willekeur volgt volgens [appellant] uit het feit dat het college nu wel tegen hen handhavend optreedt, terwijl in het verleden niet handhavend werd opgetreden toen de burgemeester en een wethouder tijdelijk op het recreatieterrein verbleven.

De Afdeling wijst erop dat zij in de uitspraak van 17 februari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:327, over de last onder dwangsom uit 2019, al heeft geoordeeld dat het feit dat de burgemeester en een wethouder in de periode 2012-2016 niet-recreatief op het recreatieterrein zouden hebben verbleven zonder dat daartegen is opgetreden, geen bijzondere omstandigheid is die het college ertoe zou dwingen om nadien af te zien van handhaving.