Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Dat er geen sprake is van een overtreding van het Bal (bij de opslag van zand) wil niet zeggen dat het omgevingsplan ook niet is overtreden

Deze uitspraak op de verzoeken om een voorlopige voorziening gaan over (1) de afwijzing van een handhavingsverzoek van verzoeker met betrekking tot grondwerkzaamheden op diverse percelen achter [adres] te [plaats 2] en (2) de daarvoor verleende omgevingsvergunning.

6 January 2026

Jurisprudentie – Samenvattingen

In het bestreden besluit van 7 november 2025 is overwogen dat, nu de omgevingsvergunning inmiddels is verleend en de uitgevoerde werkzaamheden binnen de verleende vergunning passen, er geen sprake is van een overtreding. Verder is hierin vermeld dat voor het tijdelijke zanddepot, dat niet functioneel verbonden is met de ophogingswerkzaamheden en uitsluitend een logistiek doel dient, op 19 augustus 2025 een melding is gedaan bij de ODWH, die is geaccepteerd. Handhaving is dan ook niet noodzakelijk, aldus het college.

Niet in geschil is dat dit zanddepot kan worden aangemerkt als (tijdelijke) opslag van circa 600 tot 700 m3 zand die al geruime tijd ter plaatse aanwezig is. De voorzieningenrechter stelt vast dat de omgevingsvergunning van 5 november 2025 geen betrekking heeft op het zanddepot. Dat voor het zanddepot in augustus 2025 een melding is gedaan bij de ODWH en het zanddepot daarmee, zoals het college stelt, zou voldoen aan de regelgeving van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), betekent nog niet dat het zanddepot planologisch is toegestaan.

Het opslaan van zand en grond valt niet onder de bestemmingsomschrijving van de ter plaatse geldende functie (bestemming) “Agrarisch met waarden - Landschap en natuur” als bedoeld in artikel 3.1 van de planregels. Het zanddepot is daarom in strijd met de planregels. Voor het afwijken van de planregels is geen omgevingsvergunning verleend. Het college heeft dan ook niet deugdelijk gemotiveerd waarom geen sprake is van een overtreding van het verbod van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Omgevingswet.

Het college stelt zich op het standpunt dat een ophoging van de percelen met 0,5 meter onder het normale onderhoud valt, waarvoor op grond van artikel 3.6.4, aanhef en onder a, van de planregels geen omgevingsvergunning nodig is. Het college heeft op de zitting niet duidelijk kunnen maken op basis van welke beleidsregel een ophoging van 0,5 meter tot het normale onderhoud wordt gerekend. Voor zover sprake zou zijn van een vaste gedragslijn, zoals het college ter zitting heeft gesteld, heeft het college met de enkele verwijzing daarnaar naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet deugdelijk gemotiveerd waarom de grens van 0,5 meter wordt gehanteerd.

Artikel delen