In een uitspraak van vandaag (18 maart 2026) heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak voor het eerst een oordeel gegeven over de toepassing van zogenoemde voorrangsregels in een omgevingsplan in verhouding tot artikel 22.6, eerste lid, van de Omgevingswet.

In dat artikel is geregeld dat bij de vaststelling van een omgevingsplan de regels voor een locatie die - kortgezegd - in ruimtelijke plannen zijn opgenomen, alleen allemaal tegelijk kunnen vervallen.
In deze zaak gaat het om een wijziging van het omgevingsplan van de gemeente Ouder-Amstel. Daarin heeft de gemeenteraad een voorrangsregel opgenomen waarmee de verhouding tussen het tijdelijke deel en het nieuwe deel van het omgevingsplan wordt geregeld. De gemeente bepaalde dat de regels uit de bestemmingsplannen, die onderdeel zijn van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan in principe blijven gelden, tenzij ze in strijd zijn met het nieuwe deel van het omgevingsplan.
Om duidelijkheid te bieden aan de rechtspraktijk overweegt de voorzieningenrechter dat artikel 22.6, eerste lid, van de Omgevingswet niet in de weg staat aan een voorrangsregel. Dat laat uiteraard onverlet dat een voorrangsregel in een omgevingsplan niet rechtsonzeker mag zijn of tot rechtsonzekere situaties mag leiden.
Bekijk ook de pagina op onze website met enkele uitgelichte uitspraken over de Omgevingswet of het overgangsrecht daarbij.