Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De grens tussen ruimtelijke ordening en openbare orde in de BOPA

Vandaag, 13 maart 2026, publiceerde de Rechtbank Rotterdam een richtinggevende uitspraak (ECLI:NL:RBROT:2026:2513). De centrale vraag: hoe diep mag (of moet) een veiligheidsplan gaan bij een BOPA?

Marc Hölzmann 13 March 2026

Het college van Papendrecht verleende een omgevingsvergunning voor een tijdelijke opvanglocatie voor 80 AMV’ers (alleenstaande minderjarige vreemdelingen) in een leegstaand pand in winkelcentrum De Meent. Een eerdere uitspraak stelde een harde voorwaarde: de opvang mag pas starten als er een vastgesteld veiligheidsplan ligt. Omwonenden stapten opnieuw naar de rechter. Hun argument? Het plan is te vaag. Ze eisten details over het cameraplan, de exacte werkafspraken tussen COA en gemeente en de invulling van de 24/7 beveiliging.

De voorzieningenrechter is helder en trekt een belangrijke streep. Sociale veiligheid is een onderdeel van de 'evenwichtige toedeling van functies aan locaties', maar het mag geen operationeel handboek worden voor de openbare orde. Voor de omgevingsvergunning is het voldoende dat er 24/7 beveiliging is en dat er een cameraplan ligt. De concrete, technische uitwerking daarvan hoort niet thuis in de ruimtelijke onderbouwing. Het college hoeft bij het verlenen van een vergunning niet uit te gaan van een situatie waarin in de openbare ruimte overlast wordt veroorzaakt. Dat is en blijft een taak voor handhaving en politie.

Wat betekent dit voor de praktijk?

Deze uitspraak voorkomt dat de BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit) een 'vergaarbak' wordt van operationele veiligheidsmaatregelen. Het bevestigt dat we in het ruimtelijk spoor moeten toetsen of een functie op die plek past, zonder op de stoel van de burgemeester of de politiechef te gaan zitten.

Door Marc Hölzmann

Artikel delen