Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

De juridische strijd om het pannaveldje: pieken, gemiddelden en de beginselplicht

Hoe weeg je het grote maatschappelijke belang van speelvoorzieningen voor jongeren af tegen het recht op een rustig woongenot van omwonenden? Een recente uitspraak d.d. 9 maart 2026, ECLI:NL:RBZWB:2026:1564, over een pannaveldje in de gemeente Oisterwijk biedt een fascinerende inkijk in deze complexe belangenafweging.

Marc Hölzmann 18 March 2026

Samenvattingen

In Oisterwijk klaagden omwonenden over extreme geluidsoverlast door balspelen op een pannaveldje direct naast hun woning. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) verbiedt het veroorzaken van geluidhinder, maar definieert niet exact wanneer daar sprake van is. Het college zocht daarom aansluiting bij de 'Handreiking industrielawaai en vergunningverlening' als objectief toetsingskader. De gemeente weigerde handhaving met een redenering: hoewel de piekgeluiden (tot wel 85-90 dB(A)!) de richtwaarden ruimschoots overschreden, bleef het langtijdgemiddelde geluidsniveau keurig binnen de normen. Er zou geen sprake zijn van een overtreding. Daarnaast voerde het college aan dat het belang van spelende kinderen en het gebrek aan alternatieve locaties in de wijk zwaarder moesten wegen dan het woongenot van de omwonenden.

De rechter volgde deze redenering niet en wees op de beginselplicht tot handhaving, die voorschrijft dat een bestuursorgaan bij een overtreding in de regel verplicht is op te treden, tenzij er sprake is van concreet zicht op legalisatie of als handhaving in die specifieke situatie onevenredig is. In dit geval vond de rechter het aannemelijk dat de extreme overschrijding van de piekgeluiden wel degelijk geluidshinder veroorzaakt, zeker omdat het college zelf de 'Handreiking' als objectief toetsingskader had gekozen. Er is sprake van een overtreding. Er waren volgens de rechter ook geen bijzondere omstandigheden om niet te gaan handhaven. Omdat de verzoekers niet vroegen om de totale verwijdering van het veldje, maar enkel om het beëindigen van de balspelen, achtte de rechter handhaving een passend middel om de overlast te beperken. Bovendien bleek er op korte afstand wel degelijk een alternatief speelveldje beschikbaar te zijn voor de jeugd.

De voorzieningenrechter begrijpt dat volgens het college afsluiting van het veldje, al dan niet gedurende bepaalde tijdsloten, of het plaatsen van verbodsborden niet effectief zal zijn omdat daarmee niet of nauwelijks kan worden voorkomen dat balspelen worden uitgeoefend. Bij wijze van voorlopige voorziening moet de gemeente nu maatregelen treffen om het gebruik voor balspelen effectief te verhinderen tot er een definitieve uitspraak is. Te denken valt aan het plaatsen van tijdelijke obstakels op het pannaveldje die balspelen effectief verhinderen.

Door Marc Hölzmann

Artikel delen