Rechtbank Midden-Nederland 6 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:1605. Deze uitspraak handelt over een omgevingsvergunning voor het isoleren en verduurzamen van het dak op de woning van vergunninghoudster. Voor het verduurzamen van het dak is op grond van het Omgevingsplan een omgevingsvergunning voor de omgevingsplanactiviteit ‘bouwen’ (art. 5.1, lid 1, sub a Omgevingswet in samenhang met art. 22.26 v.h. Omgevingsplan. De vergunning mag alleen verleend worden als de bouwactiviteit niet in strijd is met de regels uit het Omgevingsplan en niet in strijd is met redelijke eisen van welstand (art. 22.29, lid 1, onder b van het Omgevingsplan).

Eiser heeft aangevoerd dat de omgevingsvergunning is verleend in strijd met de Leidraad Verduurzamen bestaande bouw (leidraad). Uit de leidraad volgt dat dakranden, boeidelen en nokpannen moeten doorlopen met de andere woningen in de rij. Verandering van het dakritme is alleen toegestaan als alle woningen meedoen. Het belang van het behoud van het esthetisch geheel wordt hierdoor erkend. Asymmetrie bij een twee-onder-een-kap woning is ongewenst. Omdat eiser zijn dak niet aan de buitenzijde isoleert is volgens hem sprake van strijd met de leidraad.
Het college heeft aangegeven dat de leidraad een informatiefolder is, bedoeld om inwoners van Amersfoort op weg te helpen als ze plannen hebben om hun woning te verduurzamen. In de leidraad is aangegeven, dat aan de informatie uit de leidraad geen rechten kunnen worden ontleend. Op de zitting heeft het college toegelicht dat de leidraad informatief is en geen beleid waaraan moet worden getoetst, daar zijn andere instrumenten voor, zoals het Omgevingsplan, het bestemmingsplan en de eisen van welstand.
De rechtbank ziet niet op grond waarvan het college verplicht is om vergunningaanvragen aan de leidraad te toetsen. Eiser heeft op de zitting ook niet aan kunnen geven op grond waarvan de leidraad voor het college verplichtingen schept. Omdat het college naar het oordeel van de rechtbank de vergunningaanvraag niet hoeft te toetsen aan de leidraad wordt aan de inhoudelijke behandeling van de leidraad niet toegekomen.