De recente uitspraak van de Rechtbank Den Haag van 19 februari 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:3576, biedt interessante lessen over de procespositie van omwonenden en de bewijslast bij deskundigenadviezen. In deze zaak stond de vergunning voor een telecommast centraal. De uitspraak bevestigt twee cruciale leerstukken:

Het college stelde dat de eiser geen belanghebbende was (art. 1:2 Awb), omdat de recreatiewoning op ca. 450 meter afstand stond. De rechtbank oordeelde echter anders. De rechtbank overweegt dat het perceel van eiser grenst aan het perceel waarop het bouwplan is voorzien. Gelet daarop en op het open landschap, de hoogte van de mast, de afstand van 130 meter van de perceelsgrens tot de mast en het feit dat eiser vanaf zijn perceel direct zicht heeft op de telecommast, kan eiser naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als belanghebbende. Dat de afstand tussen de recreatiewoning en de telecommast circa 450 meter bedraagt, is op zichzelf onvoldoende om belanghebbendheid van eiser uit te sluiten, omdat eiser vanaf het gehele perceel – en dus ook op 130 meter afstand – zicht heeft op de telecommast. Er was voldaan aan het criterium 'gevolgen van enige betekenis'.
Eiser bracht een contra-expertise in om de visuele impact aan te tonen. De rechtbank herhaalt hier de vaste lijn van de Afdeling: een bestuursorgaan mag in beginsel afgaan op een deskundigenadvies (zoals de GAOK), mits dit zorgvuldig en begrijpelijk is (art. 3:9 Awb).
Een contra-expertise die slechts een andere waardering geeft van de feiten, is onvoldoende om het advies van de commissie onderuit te halen. Om succesvol te zijn, moet de contra-expertise concrete aanknopingspunten voor twijfel bieden aan de zorgvuldigheid of de logica van het oorspronkelijke advies. Het loutere feit dat een mast 'visueel ingrijpender' is volgens een eigen expert, betekent nog niet dat het advies van de welstandscommissie gebrekkig is.
Nogmaals werd bevestigd dat de plantoelichting geen juridisch bindend kader vormt. Alleen bij onduidelijkheid van de planregels komt de toelichting in beeld. Ambities uit een toelichting (zoals het stimuleren van recreatie) kunnen een vergunningverlening op basis van duidelijke planregels niet blokkeren.
Voor procderene partijen is het enkel indienen van een tegenrapport niet genoeg. De focus moet liggen op het aantonen van methodologische fouten of onjuiste feitelijke aannames in het advies van het bestuursorgaan.