Geen rechtsregel verzet zich ertegen dat voor dezelfde activiteit een tweede aanvraag omgevingsvergunning wordt ingediend. Geen strijd met fair play-beginsel.

De zaak draait om een omgevingsvergunning voor de bouw van een woning en een kapschuur in de gemeente Emmen. Een eerdere vergunning, verleend op 3 juli 2025 onder de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo), was door de voorzieningenrechter vernietigd. Het college werd opgedragen een nieuw besluit te nemen op de bestaande aanvraag, naar oud recht. Vergunninghouders kozen echter voor een andere route: zij dienden op 7 oktober 2025 een nieuwe aanvraag in. Omdat die aanvraag van na 1 januari 2024 dateert, valt die aanvraag volledig onder de Omgevingswet.
Dat had een opmerkelijk procedureel gevolg. Onder het oude recht gold voor dit initiatief een adviesrecht (vvgb) voor de gemeenteraad. Onder de Omgevingswet bestond die verplichting niet meer, omdat dit geval niet op grond van artikel 16.15a, sub b, onder 1 Ow was aangewezen door de gemeenteraad.
Verzoeksters stelden dat het college de raad bewust had gepasseerd en daarmee in strijd handelde met het fair play-beginsel (artikel 2:4 Awb). De voorzieningenrechter verwierp dit standpunt. Er bestaat geen rechtsregel die zich verzet tegen het indienen van een tweede aanvraag voor hetzelfde perceel. Het college heeft die aanvraag naar het geldende recht beoordeeld en handelde daarmee niet onzorgvuldig of vooringenomen.
Deze uitspraak illustreert een praktisch knelpunt van de overgang naar de Omgevingswet: wie als vergunninghouder een nieuwe aanvraag indient, kan daarmee de toepasselijkheid van het oude recht, inclusief een eerder geldend adviesrecht van de raad, ontlopen.
Vzr. Rb. Noord-Nederland 18 februari 2026, www.rechtspraak.nl: ECLI:NL:RBNNE:2026:667.