Het Tracébesluit van de Minister van I&W over verbreding en reconstructie van de A27/A12 Ring Utrecht blijft de gemoederen bezighouden. Bij tussenuitspraak van 30 april 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:1971) heeft de Afdeling de Minister opgedragen om geconstateerde gebreken in het Tracébesluit te herstellen. Dat heeft de Minister bij besluit van 23 oktober 2025 gedaan.

In de einduitspraak oordeelt de Afdeling over dit nieuwe gewijzigde Tracébesluit: ook nu oordeelt de Afdeling dat het besluit de toets der kritiek niet doorstaat.
Een belangrijk struikelblok vormt de stikstofproblematiek. In de tussenuitspraak van 30 april 2025 oordeelde de Afdeling dat op basis van de passende beoordeling die aan de oorspronkelijke Tracébesluiten uit 2020 en 2022 ten grondslag ligt niet is uitgesloten dat het project voor een aantal Natura 2000-gebieden leidt tot aantasting van de natuurlijke kenmerken van die gebieden. De Minister meende dat de toename van de stikstofdepositie door het project kon worden weggestreept tegen de beëindiging van depositie door een aantal agrarische bedrijven in de omgeving. Dat betreft dan extern salderen. De Afdeling oordeelde daar anders over en stelde dat niet werd voldaan aan het additionaliteitsvereiste.
In het kader van dat vereiste moet namelijk ook worden onderzocht of de stikstofdepositie die vrij komt door het stoppen van in dit geval agrarische bedrijven niet geheel of gedeeltelijk nodig is om de natuurwaarden in de betrokken Natura 2000- gebieden te herstellen. Dat was niet gedaan, zo blijkt uit de tussenuitspraak uit april 2025.
De Minister heeft gemeend dit gebrek te hebben hersteld in het nieuwe besluit van 23 oktober 2025. Er is een aanvullende passende beoordeling gemaakt. Daarnaast stelt de Minister dat er een uitvoerbaar compensatieplan is voor zover natuurwaarden door uitvoering van het tracé zouden worden aangetast. Echter, naar het oordeel van de Afdeling is in het nieuwe besluit opnieuw niet aangetoond dat is voldaan aan het additionaliteitsvereiste.
De Afdeling verwijst naar de natuurdoelanalyses die voor de betrokken gebieden zijn opgesteld en de toetsing daarvan door de Ecologische Autoriteit. De staat van de natuur in de betrokken gebieden is van dien aard dat de Minister zich niet met recht op het standpunt kan stellen dat de stikstofruimte die vrijkomt door het stoppen van de bedrijven kan worden ingezet voor het Tracébesluit en niet al nodig is om natuurwaarden te herstellen.
Conclusie: extern salderen, althans op deze manier, is geen optie om ervoor te zorgen dat stikstof geen beletsel vormt om het project A27/A12 Ring Utrecht uit te kunnen voeren. De Afdeling had er in de tussenuitspraak nog op gewezen dat het denkbaar is om in plaats van of naast extern salderen te kiezen voor het treffen van extra compenserende maatregelen om zo te waarborgen dat de algehele samenhang van het Natura 2000-netwerk behouden blijft. De Minister heeft daar geen gebruik van gemaakt door slechts te verwijzen naar het reeds in 2020 vastgestelde bruto compensatieplan voor het Natura 2000-gebied Veluwe. De Afdeling heeft daarom het Tracébesluit 2022 en het daaraan voorafgaande Tracébesluit uit 2020, vernietigd. Mocht de Minister willen dat het project alsnog doorgang zal vinden dan zal een geheel nieuw besluit moeten worden genomen.
Deze uitspraak toont aan dat er strenge eisen worden gesteld aan een veelomvattend infrastructureel project. Dat heeft dan vaak te maken met de stikstofproblematiek. Het is de vraag wat de Afdeling had geoordeeld als de Minister wel extra aanvullende compensatiemaatregelen had getroffen die daadwerkelijk uitvoerbaar zijn. Temeer daar bij een project als de verbreding van een autosnelweg onder omstandigheden ook gekozen kan worden voor de zogenaamde ADC-toets (art. 6 lid 4 Habitatrichtlijn).