In een tussenuitspraak over het bestemmingsplan voor de verplaatsing van een transportbedrijf in Heiloo oordeelt de Afdeling dat de raad de uitgangspunten van de gebruiksfase niet zonder meer aan het stikstofonderzoek ten grondslag mocht leggen. Centraal staat dat emissieloze verwarming en uitsluitend elektrische heftrucks, als niet is onderbouwd dat dit een gangbare bedrijfsvoering is, planologisch moeten worden geborgd.

Wat speelde er?
De Afdeling overweegt over de gebruiksfase dat op de zitting is verklaard dat de bedrijfsgebouwen emissieloos zullen worden verwarmd en dat uitsluitend elektrische heftrucks worden gebruikt, maar dat niet is onderbouwd dat dit een gangbare bedrijfsvoering is. De raad heeft daarom volgens de Afdeling emissieloze verwarming van de bedrijfsgebouwen en de inzet van elektrische heftrucks niet zonder meer reëel en aannemelijk mogen achten. Hij had dit in dit geval dan ook moeten borgen in de regels van het voorliggende plan. Daarbij betrekt de Afdeling dat de raad en het transportbedrijf op de zitting hebben verklaard het ermee eens te zijn dat in de planregels wordt geregeld dat de bedrijfsgebouwen niet mogen worden aangesloten op het gasnetwerk, dat de bedrijfsgebouwen niet verwarmd mogen worden door hout- en pelletkachels en dat alleen elektrische heftrucks worden gebruikt. De Afdeling stelt vast dat planregels met deze inhoud nu nog niet in het plan zijn opgenomen. Dat betekent dat de raad het plan in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid heeft vastgesteld.
Bijzonder is dat de Afdeling emissieloze verwarming hier niet zonder meer als reëel en aannemelijk accepteert, waar zij dat in eerdere woningbouwzaken juist wel deed. De uitspraak gaat niet in op de vraag of dat verschil samenhangt met het energierechtelijke aansluitregime (eerder de Gaswet, nu de Energiewet), of vooral met het feit dat hier noch was onderbouwd dat sprake is van een gangbare bedrijfsvoering, noch de gekozen uitgangspunten al in planregels waren vastgelegd.
Kortom: Wie in de gebruiksfase van een voortoets leunt op emissieloze verwarming, gasloos gebruik en uitsluitend elektrische interne logistiek, doet er verstandig aan die uitgangspunten niet alleen technisch te veronderstellen, maar – zodra zij niet evident standaard zijn – expliciet in de planregels te borgen. Schaamteloze zelfpromotie: zie over dit onderwerp ook mijn eerdere annotatie in TBR 2024/47.