Mag je als eigenaar én bewoner van een bedrijfswoning zelf bepalen of een koelcel op 2,6 meter van je gevel een "goed woon- en leefklimaat" biedt? In de recente uitspraak ECLI:NL:RBDHA:2026:6327 over ETFAL (12 maart 2026) geeft de Rechtbank Den Haag een glashelder antwoord: nee.

1. De rechtbank bevestigt een belangrijk continuïteitsbeginsel: hoewel de Omgevingswet spreekt over een "evenwichtige toedeling van functies aan locaties", blijft de rechtspraak aansluiten bij de criteria van de oude 'goede ruimtelijke ordening'. Het bevoegd gezag behoudt hierin een ruime beleidsruimte. De bestuursrechter oordeelt niet zelf of verlening van de omgevingsvergunning in overeenstemming is met een evenwichtige toedeling van functies aan locaties, maar beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het besluit onevenredig zijn in verhouding tot de met de verlening of weigering van de omgevingsvergunning te dienen doelen.
2. Een van de meest interessante overwegingen betreft het woonklimaat. Een van de eisende partijen is bewoner van de bedrijfswoning en ervaart geen geluidsoverlast van de koelcel of van het laden en lossen van vrachtwagens. Het gaat om een agrarische woning en het is gangbaar dat deze te midden van kassen staat. De rechtbank veegt dit van tafel. Een evenwichtige toedeling van functies kijkt niet naar de huidige bewoner, maar naar de objectieve geschiktheid van de locatie. Een koelcel die de woning "inbouwt" en zorgt voor manoeuvrerende vrachtwagens direct naast de gevel, is planologisch ongewenst – ongeacht of de huidige eigenaar dat prima vindt.
3. Om binnenplans af te wijken, voerden de eisers aan dat de koelcel noodzakelijk was voor een "efficiënte en logistiek verantwoorde inrichting". De rechtbank stelt hier hoge eisen aan de onderbouwing. Het louter stellen dat er "geen andere plek is", volstaat niet. Zonder concrete, cijfermatige gegevens over de bedrijfsvoering houdt het beroep op noodzakelijkheid geen stand. Een perceel dat al nagenoeg volledig verhard is, kan juist een contra-indicatie zijn voor een "efficiënte inrichting".
De uitspraak onderstreept dat de Omgevingswet geen vrijbrief is voor subjectieve wensen.