Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Functioneel overtrederschap huiseigenaar niet aannemelijk gemaakt, bestuurlijke boete wegens illegale onderverhuur onderuit

Uit de Afdelingsuitspraak van 11 februari 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:737) volgt dat het college van burgemeester en wethouders (“college”) geen bestuurlijke boete mag opleggen aan een huiseigenaar wegens illegale onderverhuur, als het college er niet in slaagt om diens functionele overtrederschap aan te tonen. Aanleiding voor dit oordeel was de boete van € 10.000,- die het college aan de eigenaar had opgelegd wegens het in strijd met de lokale Huisvestingsverordening in gebruik c.q. onderhuur (laten) geven van zijn woning voor onzelfstandige bewoning.

17 February 2026

In hoger beroep is in geschil of de eigenaar hiervoor als functioneel overtreder (in de zin van art. 5:1, tweede lid, Awb) verantwoordelijk kan worden gehouden. Aansluitend op de strafrechtelijke criteria voor functioneel daderschap is dat volgens de Afdeling, kort samengevat, het geval als de huiseigenaar (i) erover kon ‘beschikken’ of de gedraging al dan niet zou plaatsvinden en (ii) zodanig of vergelijkbaar gedrag blijkens de feitelijke gang van zaken heeft ‘aanvaard’(vgl. de Afdelingsuitspraken van 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2067 en ECLI:NL:RVS:2023:2071). Onder dit laatste is mede begrepen het niet betrachten van de zorg die in redelijkheid van de huiseigenaar kon worden gevergd met het oog op de voorkoming van de gedraging. Het is daarbij aan het bestuursorgaan om te bewijzen dat aan de criteria voor functioneel daderschap is voldaan. 

Naar het oordeel van de Afdeling kon de eigenaar in dit geval ‘beschikken’ over de omzetting van de woning in onzelfstandige woonruimten zonder over de daarvoor benodigde vergunning te beschikken; de eigenaar van een woning kan in de regel beschikken over dergelijk gebruik van zijn woning, ook als hij deze heeft verhuurd (vgl. de Afdelingsuitspraken van 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2501 en 31 mei 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2071). Volgens de Afdeling heeft het college evenwel niet aangetoond dat de eigenaar de overtreding heeft ‘aanvaard’. De enkele omstandigheid dat de huiseigenaar de woning niet regelmatig heeft gecontroleerd, is volgens de Afdeling onvoldoende voor het oordeel dat hij als functioneel overtreder moet worden aangemerkt. Ook de enkele verklaring van een van de bewoners aan de toezichthouder dat de huur maandelijks contant werd betaald is niet voldoende, nu de eigenaar dit betwist en verdere aanwijzingen die deze verklaring ondersteunen en erop wijzen dat de eigenaar op de hoogte was of kon zijn van de onzelfstandige bewoning ontbreken. Uit bankafschriften die de eigenaar heeft overgelegd volgt bovendien dat diens eigenlijke huurder maandelijks en voor het laatst twee weken voor de inspectie die heeft geleid tot de boete onder vermelding van ‘huur’ een bedrag aan hem heeft overgemaakt, terwijl deze op dat moment ook beschikte over een rechtsgeldig huurcontract. Omdat het college geen andere signalen heeft aangevoerd op grond waarvan kan worden aangenomen dat de eigenaar niet de zorg heeft betracht die in redelijkheid van hem kon worden verwacht, concludeert de Afdeling dat het college de boete ten onrechte heeft opgelegd. 

Artikel delen