Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Geen ambtshalve toets aan concreet zicht op legalisering bij bouwtechnische vergunning

Rechtbank Oost-Brabant 24 februari 2026, ECLI:NL:RBOBR:2025:8497. Ten aanzien van de technische bouwactiviteit heeft appellant aangevoerd dat op grond van art. 8.3b Bkl een limitatief-imperatief stelsel van weigeringsgronden geldt. Het bevoegd gezag moet de vraag of legalisatie mogelijk is zelfstandig en los van de aanvraag beantwoorden. Een dergelijke afweging volgt niet uit het bestreden besluit.

24 February 2026

Het college stelt zich op het standpunt dat een wijziging van de indeling in brandcompartimenten op grond van art. 2.26, lid 1, onder c Bbl vergunningplichtig is. Pas wanneer een aanvraag is ingediend, bepaalt artikel 8.3b Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) dat de vergunning alleen kan worden verleend als aannemelijk is dat wordt voldaan aan de bouwtechnische voorschriften uit het Bbl.

Het artikel verplicht het college niet om zonder aanvraag of zonder de daarvoor benodigde gegevens zelfstandig een bouwtechnische beoordeling uit te voeren. In dit geval ontbreekt een aanvraag omdat deze onder meer bij besluit van 5 juni 2023 buiten behandeling gesteld vanwege het ontbreken van essentiële gegevens waaronder gegevens over de feitelijke brandcompartimentering.

Zonder deze gegevens is een inhoudelijke toets aan het Bbl niet mogelijk en kan niet worden beoordeeld of een vergunning in beginsel verleend zou moeten worden.

De rechtbank is van oordeel dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat er geen sprake is van zicht op legalisatie ten aanzien van de technische bouwactiviteit. Er wordt niet voldaan aan art. 2.26 lid 1 onder c Bbl omdat het op grond daarvan verboden is om zonder omgevingsvergunning de indeling in brandcompartimenten te wijzigen en met de zeven gerealiseerde woningen zijn nieuwe brandcompartimenten gerealiseerd.

Uit vaste rechtspraak volgt dat voor concreet zicht op legalisatie vereist is dat er ten tijde van het nemen van het bestreden besluit ten minste een begin moet zijn gemaakt met de voor verlening van een omgevingsvergunning vereiste procedure. Daartoe moet ten minste een aanvraag voor die omgevingsvergunning zijn ingediend. Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit lag er geen aanvraag ter beoordeling omdat de aanvraag van verzoeker onder meer bij besluit van 5 juni 2023 op grond van art. 4:5 Awb buiten behandeling is gesteld.

Art. 8.3b Bkl verplicht het college dan inderdaad niet om zonder aanvraag of zonder de daarvoor benodigde gegevens zelfstandig een bouwtechnische beoordeling uit te voeren. Alleen daarom kan geen sprake zijn van concreet zicht op legalisatie voor deze activiteiten.

Artikel delen