Rechtbank Noord-Holland 7 april 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:3660. Met het bestreden besluit is alleen de aanleg van leidingen en kabels vergund, en niet de locatie van het transformatorhuisje. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker betreffende een door het college aan Liander verleende omgevingsvergunning. Deze omgevingsvergunning is verleend voor het aanleggen van leidingen en kabels ten behoeve van elektravoorzieningen.

De verleende vergunning is naar het voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter niet onrechtmatig. Op grond van het omgevingsplan moet de vergunning immers worden verleend als de aanvrager aan de hand van een archeologisch rapport heeft aangetoond dat de aanwezige archeologische waarden voldoende zijn vastgesteld.
Liander heeft een archeologisch rapport laten opstellen, op grond waarvan het college de vergunning heeft verleend. Verzoeker heeft geen concrete aanknopingspunten naar voren gebracht die aanleiding geven voor twijfel aan de deugdelijkheid van dat rapport. Voor het overige is niet in geschil dat de vergunde activiteiten niet in strijd zijn met het omgevingsplan. Dit betekent dat het college bij de vergunningverlening geen ruimte had voor een belangenafweging.
Omdat het verzoek wordt afgewezen, mag de vergunde aanleg van kabels en leidingen worden voortgezet.
Y. Schönfeld:
In de uitspraak v.d. Rechtbank Gelderland van 5 februari 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:720 is al een keer eerder overwogen dat de belangenafweging die volgens art. 22.281 omgevingsplan moet worden gemaakt niet geldt voor aanlegactiviteiten (enkel voor het toepassen van binnenplanse afwijkingsbevoegdheden uit bestemmingsplannen die zijn opgegaan in het tijdelijke deel v.h. omgevingsplan):