Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Geen motiveringsplicht waarom bestemmingsplan is vastgesteld vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet

NMV bestrijdt, onder verwijzing naar de Wet afschaffing actualiseringsplicht bestemmingsplannen, het nut en de noodzaak van het plan van Haaren. NMV stelt dat zij in haar zienswijze tevergeefs heeft aangedrongen op uitstel en overdracht aan de ontvangende gemeenten en dat de raad niet heeft gemotiveerd waarom niet kon worden gewacht tot na de invoering van de hashtag#Omgevingswet. Volgens NMV zijn de raden van de ontvangende gemeenten bij de voorbereiding van het besluit in strijd met artikel 3.1.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) niet gekend in het plan.

12 November 2025

Jurisprudentie – Samenvattingen

Op grond van artikel 3.1.1. van het Bro pleegt het bestuursorgaan dat belast is met de voorbereiding van een bestemmingsplan daarbij overleg met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met die diensten van provincie en Rijk die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen welke in het plan in het geding zijn.

De voormalige raad van Haaren was, gegeven zijn beleidsruimte, bevoegd het plan vast te stellen. Er is geen grond voor het oordeel dat deze raad had moeten motiveren waarom het plan werd vastgesteld vóór de invoering van de Omgevingswet.

In de toelichting van het plan van Haaren is vermeld dat de raad aan artikel 3.1.1. van het Bro heeft voldaan door het concept-ontwerpbestemmingsplan toe te sturen aan de vooroverleg partners, het voorontwerp zes weken ter inzage te leggen en een informatieavond te organiseren. Verder heeft het ontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen voor het indienen van zienswijzen. Deze hebben geleid tot aanpassing van het plan. De raad van Vught heeft bevestigd dat hij betrokken is geweest bij de voorbereiding van het plan van Haaren en dat weliswaar niet al zijn zienswijzen zijn gehonoreerd, maar dat de wijzigingen die hij wenste alsnog zijn doorgevoerd met het wijzigingsbesluit van 22 juli 2021. De Afdeling concludeert dat het plan van Haaren niet in strijd met artikel 3.1.1 van het Bro is vastgesteld.

Er is ook geen ander aanknopingspunt voor het oordeel dat procedureel onjuist is gehandeld. Zoals hiervoor is overwogen, hebben de ontvangende gemeenten overeenkomstig artikel 44, derde lid, van de Wet Arhi met ingang van de datum van herindeling de wettelijke procedures en rechtsgedingen waarbij Haaren betrokken was, voortgezet.

Dat het plan van Haaren is vastgesteld voor de gemeentelijke herindeling, betekent niet dat het plan in de weg staat aan een samenhangend beleid van de ontvangende gemeenten. Het staat de raden van de ontvangende gemeenten vrij het plan te wijzigen. Dit hebben de raden van Vught en Oisterwijk ook gedaan.

Artikel delen