In haar uitspraak van 24 december 2025 (ECLI:NL:RVS:2025:6370) oordeelt de Afdeling dat de door de brandweer verrichte brandbluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim in dit geval niet hebben plaatsgevonden in de sfeer van de beheerder van het hoogspanningsstation, zodat het college de netbeheerder ten onrechte als overtreder van art. 13 Wet bodembescherming (“Wbb”) heeft aangemerkt.

Vaststaat dat als gevolg van de bluswerkzaamheden PFAS in de bodem en het grondwater terecht is gekomen, dat de netbeheerder deze verontreiniging in kaart heeft gebracht en dat deze diverse saneringswerkzaamheden heeft laten uitvoeren. Omdat de uitgevoerde sanering niet adequaat en volledig zou zijn geweest, heeft het college daarop aan de netbeheerder een last onder dwangsom opgelegd wegens overtreding van art. 13 Wbb. Volgens het college kan het ontstaan van de verontreiniging in het licht van de Afdelingsuitspraak van 31 mei 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:2067) over functioneel plegerschap aan de netbeheerder worden toegerekend: de bluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim hebben zich voltrokken in de sfeer van de netbeheerder, doordat deze werkzaamheden aan deze rechtspersoon dienstig zijn geweest. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college niet deugdelijk onderbouwd welke evidente voordelen het gebruik van PFAS-houdend blusschuim voor de netbeheerder had boven het gebruik van gewoon bluswater. Ook is volgens de Afdeling gebleken dat de netbeheerder geenszins is gekend in de beslissing van een of meerdere van de bij de brand betrokken brandweerkorpsen om de brand met PFAS-houdend blusschuim te bestrijden. Daarmee heeft de netbeheerder in dit geval geen enkele invloed of zeggenschap kunnen hebben op de handelswijze van de brandweer. Evenmin is gebleken of aannemelijk gemaakt dat de netbeheerder het risico op een overtreding van art. 13 Wbb willens en wetens heeft aanvaard. De Afdeling concludeert dat de bluswerkzaamheden met gebruikmaking van PFAS-houdend blusschuim redelijkerwijs niet aan de netbeheerder kunnen worden toegerekend, zodat het college de netbeheerder ten onrechte als overtreder van art. 13 Wbb heeft aangemerkt.