Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Geen schending onlosmakelijke samenhang (Wabo) omdat geen Wnb-ontheffing nodig was (konijnen/hazen)

Op grond van art. 2.7, lid 1 Wabo draagt de aanvrager van een omgevingsvergunning er zorg voor dat de aanvraag betrekking heeft op alle onlosmakelijke activiteiten binnen het betrokken project.

31 January 2026

Als een activiteit waarvoor een omgevingsvergunning nodig is onlosmakelijk verbonden is met een activiteit waarvoor een toestemming nodig is op grond van de Wnb en de toestemming o.g.v. de Wnb niet vooruitlopend op de aanvraag om omgevingsvergunning is ingediend, geldt dat beide activiteiten omgevingsvergunningplichtig zijn en de aanvrager ervoor moet zorgen dat de aanvraag om omgevingsvergunning betrekking heeft op beide activiteiten. Dit volgt uit de art. 2.7, lid 1, en 2.1, lid 1, sub i Wabo jo. art. 2.2aa Bor.

Of voldaan is aan het vereiste uit art. 2.7, lid 1 Wabo wordt beoordeeld naar het moment dat de beide omgevingsvergunningen zijn verleend. Daarbij zal zij de onderzoeksresultaten betrekken die staan vermeld in de quickscan, omdat het college deze quickscan ten grondslag legt aan de besluiten.

Uit de quickscan van het weiland/grasland binnen de projectlocatie volgt naar het oordeel van de rechtbank niet dat er concrete aanknopingspunten zijn voor de aanwezigheid van de haas en het konijn binnen de projectlocatie. Ten aanzien van de haas is in de quickscan vermeld dat tijdens het veldonderzoek binnen de projectlocatie geen sporen zijn gevonden die duiden op aanwezigheid van hazen. Ten aanzien van het konijn is in de quickscan vermeld dat tijdens het veldonderzoek geen vaststellingen zijn gedaan die duiden op het voorkomen van het konijn binnen de projectlocatie. De rechtbank neemt daarbij als uitgangspunt dat zij alleen het weiland/grasland binnen de projectlocatie beoordeelt en niet de omgeving daar omheen.

Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank in wat eisers aanvoeren geen reden voor het oordeel dat het project ten aanzien van de haas en het konijn leidt tot overtreding van de in art. 3.10, lid 1, onder a en b Wnb opgenomen verbodsbepalingen (per 1 januari 2024 opgenomen in art. 11.54, lid 1, onder a en b Bal (Besluit activiteiten leefomgeving). Er is daarom geen sprake van een handeling waarvoor op grond van de Wnb een ontheffing is vereist. Om die reden is de plicht uit art. 2.7, lid 1 Wabo niet geschonden.

Y. Schönfeld:

Onder de Omgevingswet is het leerstuk van de onlosmakelijke samenhang vervallen. Binnenkort verschijnt in het tijdschrift Land- en Tuinbouwbulletin,

LTB een uitgebreid artikel van mijn hand over het verdwijnen van de onlosmakelijke samenhang onder de Ow, waarin ik een overzicht geef van hoe hier in de Omgevingswet-jurisprudentie mee wordt omgegaan (onder andere bij de BOPA).

Artikel delen