Het college heeft een inhoudelijk ijzersterk verhaal, en ook de burger is strijdbaar, maar bij de voorzieningenrechter sta je binnen vijf minuten weer buiten. Waarom? Het ontbreken van spoedeisend belang.

Een recente uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 24 februari 2026 (ECLI:NL:RBROT:2026:2615) herinnert ons aan een cruciale les: spoedeisend belang is geen automatisme, en als overheid kun je dit belang zelf regisseren.
In deze zaak draaide het om een omgevingsvergunning voor het kappen van een kastanjeboom bij P+R Capelsebrug. De boom moet wijken voor een tijdelijke opvanglocatie voor dak- en thuislozen. Omwonenden stapten naar de rechter om de kap tegen te houden. De voorzieningenrechter wees het verzoek af. Niet omdat de kap juridisch perfect was (daar kwam de rechter niet eens aan toe), maar omdat er geen onverwijlde spoed was.
De gemeente zegde schriftelijk toe niet te kappen tot zes weken na het besluit op bezwaar. In 'Voorschrift 5' van de vergunning was ook bepaald dat de kap pas mag starten als er zekerheid is over de bouw van de opvanglocatie. De conclusie van de rechter: wat de verzoekers wilden (niet kappen zolang de procedure loopt), was al geborgd in de vergunning zelf. Geen belang, geen zaak.
Procederen voorkomen is vaak beter dan winnen. Werk je aan een project met veel weerstand? Conditioneer je vergunning: door de uitvoering van een onomkeerbare handeling (zoals kap of sloop) in de voorschriften te koppelen aan de onherroepelijkheid van de hoofdvergunning, neem je de angel uit het spoedeisend belang. Een vage belofte is niet genoeg, maar een bindend vergunningvoorschrift is voor een rechter "heilig". Het scheelt de rechtspraak tijd, en de overheid een hoop proceskosten.
Door Marc Hölzmann