Zoals uit vaste rechtspraak van de hoogste bestuursrechter volgt, is voor het invorderen van een verbeurde dwangsom vereist dat uit een rapportage van bevindingen volgt dat de relevante feiten en omstandigheden voor de overtreding deugdelijk en controleerbaar zijn vastgesteld. Dit brengt met zich dat de vaststelling of waarneming van feiten en omstandigheden die leiden tot verbeurte van een dwangsom dient te worden gedaan door een ter zake deskundige medewerker van het bevoegd gezag, door een ter zake deskundige persoon in opdracht van het bevoegd gezag of door een ter zake deskundige persoon wiens bevindingen het bevoegd gezag voor zijn rekening heeft genomen.

De vastgestelde of waargenomen feiten en omstandigheden dienen op een duidelijke wijze te worden vastgelegd. Dat kan geschieden in een schriftelijke rapportage, maar in bepaalde gevallen ook met foto’s of ander bewijsmateriaal. Duidelijk moet zijn waar, wanneer en door wie de feiten en omstandigheden zijn vastgesteld of waargenomen en welke werkwijze daarbij is gehanteerd .
In dit geval (ECLI:NL:RVS:2026:912) is het college van Alphen-Chaam er niet (voldoende) in geslaagd aan te tonen dat sprake was van het houden van hoofdverblijf in een recreatiewoning. De hoogste bestuursrechter merkt op dat het feit dat een appartement, waarover beschikt wordt, karig is ingericht, nog niet maakt dat daar geen hoofdverblijf gehouden kan worden. Het is dan aan het college om aannemelijk te maken dat het hoofdverblijf nog steeds in de recreatiewoning gehouden wordt. Opmerkelijk is overigens dat over een langere periode observaties zijn betrokken dan de periode waarover het invorderingsbesluit gaat. Die worden buiten beschouwing gelaten. Dat een van de auto's die bij een groot aantal van de observaties is waargenomen niet op naam staat, betekent nog niet dat die niet feitelijk werd gebruikt. Voor de andere auto is duidelijk gemaakt dat die is overgedragen, zodat die in beginsel niet gebruikt kan worden. Daarvoor moet het college meer aantonen door aanknopingspunten te benoemen en/of foto's over te leggen, en dat is niet gedaan. Gebruik van de recreatiewoning op zon- en maandagen, zeker nu de recreatiewoning nabijgelegen is, is ook niet vreemd en valt binnen recreëren. Ten slotte staat zij ingeschreven in de BRP in het eerdergenoemde appartement.
Er is voldoende twijfel gezaaid over de bevindingen en niet ingevorderd kan worden.