In een uitspraak van Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 15 april 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2057) stond een bestemmingsplan voor circa 350 woningen centraal. Om geluidsoverlast van omliggende bedrijven te beperken, voorzag het plan in geluidsschermen.

Omwonenden maakten daar bezwaar tegen, onder meer vanwege het uitzicht. Op dat punt zag de Afdeling geen onevenredige aantasting. Wel hechtte zij belang aan een in de plantoelichting opgenomen toezegging: de schermen zouden "groen" worden uitgevoerd, met klimplanten, zodat ze landschappelijk inpasbaar zouden zijn. Daar wrong de schoen. Die groene uitvoering stond alleen in de plantoelichting en niet in de planregels zelf. Volgens de gemeente was dat niet nodig, omdat zij eigenaar is van de betrokken gronden en de uitvoering in eigen hand houdt. De Afdeling gaat daar niet in mee.
De redenering is duidelijk. Als een maatregel uit oogpunt van een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk is voor de ruimtelijke aanvaardbaarheid van het plan, is borging via eigendom of privaatrechtelijke afspraken in beginsel onvoldoende. De borging moet publiekrechtelijk plaatsvinden, doorgaans door middel van een voorwaardelijke verplichting in de planregels. Pas dan zijn zowel de realisatie als de instandhouding van de maatregel voldoende verzekerd.
Daarmee bevestigt de Afdeling de lijn ten aanzien van voorwaardelijke verplichtingen die zij al eerder uiteenzette in de Parkhaven tussenuitspraak (ABRvS 9 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3076). Het bestemmingsplan Parkhaven is mét toevoeging van de voorwaardelijke verplichtingen inmiddels door de Afdeling onherroepelijk verklaard (ABRvS 8 april 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1931). Voor de praktijk betekent dit dat planmakers ruimtelijk relevante maatregelen niet alleen op gemeentelijk eigendom of toekomstige privaatrechtelijke afspraken kunnen laten rusten, maar de realisatie en instandhouding ook daadwerkelijk moeten vastleggen in de planregels zelf.
De Afdeling heeft het gebrek in dit geval overigens zelf hersteld, door aan het betreffende artikel toe te voegen dat "de in dit artikel genoemde geluidwerende voorzieningen groen moeten worden uitgevoerd". Een pragmatische uitkomst voor déze gemeente, maar geen vrijbrief voor andere plannen zoals bij het bestemmingsplan Parkhaven: reken er dus niet op dat de bestuursrechter telkens zelf de pen ter hand neemt.