Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Gemeentelijke zorgplicht bij wateroverlast

Op 16 december 2025 deed het Gerechtshof Amsterdam een uitspraak over de aansprakelijkheid van gemeenten bij wateroverlast na hevige regenval. In deze zaak stonden bewoners van een laaggelegen woning tegenover de gemeente, nadat op 18 juni 2021 een mengsel van hemelwater en rioolwater hun woning was binnengestroomd. Waar de rechtbank de vorderingen van de bewoners nog afwees op basis van overmacht, oordeelde het hof dat de gemeente haar zorgplicht heeft geschonden en aansprakelijk is voor de schade.

D. (Dorrith) Bennaars 29 January 2026

Samenvatting

Samenvatting

Feiten van de zaak  
Op 18 juni 2021 werd de woning van appellanten getroffen door een hevige regenbui. De woning van de appellanten bevond zich op het laagstgelegen punt in de omgeving. Het toenmalige gemengde rioleringsstelsel van de gemeente kon de grote hoeveel hemelwater niet verwerken, waardoor rioolwater vermengd met hemelwater de woning instroomde. Appellanten stelden de gemeente aansprakelijk voor de schade die hierdoor ontstond.

De gemeente beheerde ter plaatse een gemengd rioleringsstelsel dat zowel afvalwater als hemelwater transporteerde. Dit systeem was aangelegd tussen 1960 en 1970 en had een gemiddelde afschrijvingsduur van 60 jaar, wat betekende dat de technische levensduur ten tijde van het incident waarschijnlijk al was verstreken. Bovendien voerde de gemeente actief rioolwater van elders aan naar de straat van de appellanten voor transport naar de zuivering, wat de kwetsbaarheid van deze specifieke locatie vergrootte. 

Uitspraak in eerste aanleg
De rechtbank Noord-Holland wees de vorderingen van appellanten af. Zij oordeelde dat sprake was van een uitzonderlijke regenbui die als overmacht moest worden aangemerkt. Het feit dat het riool deze bui niet aankon, betekende volgens de rechtbank niet dat het rioolstelsel ondeugdelijk was. De schade werd aangemerkt als behorend tot het normale maatschappelijke risico dat voor rekening van de bewoners diende te blijven.

Uitspraak van het hof
De kern van de zaak draait om artikel 6:162 BW en de publiekrechtelijke zorgplicht van de gemeente voor de inzameling en verwerking van afval- en hemelwater. Hoewel de gemeente beleidsvrijheid heeft bij de invulling van deze taak, wordt die vrijheid begrensd door de verplichting om een aanvaardbaar veiligheids- en onderhoudsniveau te waarborgen. Het hof stelde vast dat het afwateringssysteem ter plaatse al enige tijd niet meer goed functioneerde en vernietigde de uitspraak van de rechtbank Noord-Holland.

Het hof baseerde dit oordeel op verschillende factoren. Ten eerste, de gebrekkige onderhoud en inspectie. De laatste inspectie van het riool vond plaats in 2011, tien jaar vóór de schadebeurten. Van een regelmatige inspectie was volgens het hof dan ook geen sprake. Ten tweede, de kenbaarheid van het probleem. Uit zogenaamde ‘Fixi-meldingen’ en eigen publicaties van de gemeente bleek dat er structurele problemen waren met de afvoercapaciteit en het hydraulisch functioneren van het stelsel. De gemeente stuurde zelfs een dag voor de grote bui een bericht naar de bewoners waarin werd toegegeven dat er op dat moment weinig aan de situatie veranderd kon worden. Tot slot, het ontbreken van voorzorgmaatregelen. Hoewel de gemeente werkte aan een groot herinrichtingsplan, had zij volgens het hof tussentijdse maatregelen kunnen treffen in de openbare ruimte, zoals het plaatsen van hoge opsluitbanden, drempels of lijngenoten om het water bovengrond te sturen. De gemeente kon niet aantonen dat dergelijke maatregelen financieel of beleidsmatig onhaalbaar waren. 

Het verweer van de gemeente
De gemeente verweerde zich door te stellen dat de regenbui van 18 juni 2021 extreem was (volgens de gemeente 80-90 mm per uur), wat een overmachtssituatie zou creëren. Het hof stelde echter op basis van radardata vast dat er circa 60 mm regen in een uur viel. Hoewel dit nog steeds een zeer zware bui is die statistisch eens in de honderd jaar voorkomt, oordeelde het hof dat de gemeente aansprakelijk blijft. De reden hiervoor is dat het systeem ook bij minder zware buiten al niet naar behoren functioneerde. Het onrechtmatig handelden bestond uit het nalaten van tijdige maatregelen om de bekende gebreken aan het systeem aan te pakken. 

Conclusie
Dit arrest benadrukt dat gemeenten niet te snel kunnen volstaan met een beroep op extreme weersomstandigheden op beleidsvrijheid. Wanneer problemen in het waterafvoersysteem bekend zijn of hadden moeten zijn, rust op de gemeente een duidelijke verplichting om maatregelen te treffen. Het hof legt de lat hoog voor de gemeentelijke zorgplicht en biedt daarmee belangrijke handvatten voor aansprakelijkheid bij wateroverlast in een tijd van toenemende klimaatrisico’s. Voor burgers verduidelijkt dit arrest dat de zorgplicht van de gemeente verder gaat dan alleen het hebben van een riool. Van de gemeente mag worden verwacht dat zij actief toeziet op de staat en werking van het gehele systeem en tijdig ingrijpt wanneer problemen bekend zijn of behoren te zijn.

Door D. (Dorrith) Bennaars

Artikel delen