Het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch heeft op 5 november 2025 geoordeeld dat een mantelzorgwoning in de tuin van een voormalige hoofdwoning kwalificeert als een zelfstandig perceel en woonruimte voor belastingdoeleinden. In deze zaak woonde de belanghebbende in een verbouwde praktijkruimte/schuur die was omgevormd tot mantelzorgwoning met eigen ingang, keuken, sanitair en verwarming. De gemeente had voor deze woning een apart (tijdelijk) huisnummer toegekend en een gecombineerde aanslag opgelegd voor afvalstoffenheffing, rioolheffing, zuiveringsheffing en watersysteemheffing.

Standpunten:
Heffingsambtenaar: De mantelzorgwoning is een zelfstandige woonruimte waarin een particuliere huishouding wordt gevoerd, waardoor afzonderlijke heffingen terecht zijn.
Belanghebbende: Zij voerde aan dat sprake was van één gezamenlijke huishouding met haar dochter en schoonzoon, omdat er één tuin, oprit, brievenbus en nutsvoorziening is en zij gebruikmaakt van hun voorzieningen.
Oordeel van het hof:
Voor afvalstoffenheffing is bepalend of sprake is van een woonruimte bestemd voor een particuliere huishouding waarin afval ontstaat; dat is hier het geval, ongeacht gedeeld gebruik van afvalbakken.
Voor rioolheffing geldt dat de mantelzorgwoning water afvoert naar de gemeentelijke riolering, ook al lopen leidingen via de hoofdwoning.
Voor zuiveringsheffing is de mantelzorgwoning een afzonderlijk bestemde woongelegenheid, zodat belastingplicht bestaat.
Voor watersysteemheffing is de belanghebbende ingezetene en staat zij ingeschreven op het adres van de mantelzorgwoning, waardoor ook deze heffing terecht is.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde, omdat alle bekende mantelzorgwoningen in de gemeente op dezelfde wijze worden aangeslagen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard; de aanslagen blijven in stand.