Deze uitspraak is vermeldenswaard omdat – niet voor het eerst en vermoedelijk ook niet voor het laatst – de Afdeling laat zien dat men niet gediend is van het laat inzenden van (omvangrijke) stukken. Door de gemeenteraad van Geldrop-Mierlo is op 22 april 2024 een bestemmingsplan vastgesteld. Eén van de bezwaren van appellanten is dat er parkeerproblemen ontstaan wanneer de woningen gebouwd worden waar het bestemmingsplan het planologisch kader voor biedt. Op 2 april 2026, de zitting is op 14 april 2026, komt de gemeenteraad met een nader stuk met aanvullende gegevens over parkeren en de gevolgen van het plan voor het parkeren.

De Afdeling overweegt op 13 mei 2026 (ECLI:NL:RVS:2026:2745) het volgende. De goede procesorde stelt grenzen aan de mogelijkheid om in een lopende procedure nieuwe argumenten of nieuw bewijs in te brengen. Dat geldt ook als het nog meer dan tien dagen duurt voordat de zitting is. De Afdeling hanteert twee vragen om te beoordelen of de goede procesorde wordt geschonden.
1. Is of voor de overige partij(en) te weinig tijd resteert om zich er inhoudelijk over uit te laten.
2. Is of de zaak moet worden aangehouden met als gevolg een onwenselijke of onaanvaardbare vertraging van de procedure in het licht van de belangen van de overige partij(en) en een goede rechtspleging.
Onder dat laatste valt ook de voorbereiding van de zitting door de bestuursrechter. Bij de invulling van deze twee vragen speelt onder meer een rol of het bewijsmiddel eerder had kunnen worden ingediend, de omvang van het bewijsmiddel, de complexiteit ervan en de deskundigheid die vereist is om daar adequaat op te reageren. Naar het oordeel van de Afdeling zijn deze stukken ingebracht in strijd met de goede procesorde. De stukken worden dus buiten beschouwing gelaten.