Menu

Filter op
content
PONT Omgeving

Groen licht voor het gebruik van voorrangsregels in het omgevingsplan

Op 18 maart 2026 heeft de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State een voor de praktijk interessante uitspraak gedaan over de toelaatbaarheid van voorrangsregels in het omgevingsplan. 

Karin Dankers 27 March 2026

Wat was er aan de hand?

Onder de verwarrende naam 'Voorbereidingsbesluiten, beperkingengebied lokale spoorweg en bodem' heeft de gemeenteraad van Ouder-Amstel een wijziging van het omgevingsplan vastgesteld. Als gevolg van deze wijziging is het niet langer toegestaan om de begane grond van panden in het centrumgebied te gebruiken voor bewoning. Daarnaast bepaalt het gewijzigde omgevingsplan dat regels die gelden op de locatie uit de bestemmingsplannen, die onderdeel zijn van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan, blijven gelden, zolang deze niet in strijd zijn met de nieuwe regels over wonen op de begane grond. Dit is een zogenoemde voorrangsregel, waarmee de verhouding tussen het tijdelijk deel en het nieuwe deel van het omgevingsplan wordt geregeld.

In de praktijk bestond discussie over de vraag of het opnemen van een dergelijke voorrangsregel in een omgevingsplan mogelijk was. Artikel 22.6, eerste lid van de Omgevingswet (Ow) regelt namelijk dat bij de vaststelling van een omgevingsplan de voor een locatie geldende regels die zijn opgenomen in o.a. een oud bestemmingsplan alleen alle tegelijk kunnen komen te vervallen. Hoewel deze kwestie niet aan de orde was gesteld door de verzoeker om een voorlopige voorziening, heeft de voorzieningenrechter deze zaak toch gebruikt om de rechtspraktijk duidelijkheid te bieden over de rechtmatigheid van voorrangsregels in verhouding tot artikel 22.6, eerste lid Ow.

Wat is het oordeel van de voorzieningenrechter?

Artikel 22.6, eerste lid Ow staat naar het oordeel van de voorzieningenrechter - gelet op de redactie en de letterlijke uitleg daarvan – niet in de weg aan het opnemen van een voorrangsregel in het nieuwe deel van het omgevingsplan. Daarbij is voor de voorzieningenrechter van belang dat de regels die zijn opgenomen in de ruimtelijke plannen die deel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan niet door een voorrangsregel komen te vervallen en evenmin worden geschrapt of verwijderd. De voorzieningenrechter plaats wel de logische kanttekening dat een voorrangsregel niet rechtsonzeker mag zijn of tot onzekere situaties mag leiden. Of hiervan sprake is, hangt af van de omstandigheden van het geval. 

Wat zijn de consequenties voor de praktijk?

Met deze uitspraak is expliciet bevestigd dat het opnemen van een voorrangsregel in een omgevingsplan past binnen de systematiek van de Omgevingswet. Gemeenten hebben hierdoor de mogelijkheid om het omgevingsplan op onderdelen gefaseerd te wijzigen zonder dat de regels van bestemmingsplannen die onderdeel uitmaken van het tijdelijke deel van het omgevingsplan direct komen te vervallen. Lees hierover meer in ons blogbericht 'voorrangsbepalingen in het omgevingsplan'. 

Overigens bleef het besluit tot wijziging van het omgevingsplan in deze zaak niet in stand. Verzoeker om een voorlopige voorziening was namelijk al geruime tijd bezig om de begane grond van zijn pand geschikt te maken voor bewoning en had dit kenbaar gemaakt door het indienen van een zienswijze op het ontwerpbesluit alsmede door het indienen van verzoek voor een volledige woonbestemming. De raad had dit initiatief, dat voldoende concreet en tijdig kenbaar gemaakt was, echter niet betrokken bij de vaststelling van de wijziging van het omgevingsplan. Hierdoor was het wijzigingsbesluit ten aanzien van dit perceel onzorgvuldig voorbereid en wordt het - voor zover het betrekking heeft op dit perceel - vernietigd. 

Artikel delen