Gerechtshof Den Haag, ECLI:NL:GHDHA:2026:349. Het Gerechtshof Den Haag oordeelt dat de gemeente Papendrecht een deel van perceel onderhands mocht verkopen aan een gemeenteambtenaar die daar twee woningen wilde realiseren. Omwonenden verzetten zich tegen de verkoop en wilden het perceel zelf kopen om hun uitzicht te behouden. De voorzieningenrechter gaf hen aanvankelijk gelijk, maar het hof vernietigt dat oordeel.

Centraal staat de toepassing van de Didam‑criteria, die bepalen dat een overheid alleen onderhands mag verkopen als vooraf vaststaat dat er slechts één serieuze gegadigde is. De gemeente had in een burenbrief en een publicatie uiteengezet dat zij twee criteria hanteerde: (1) de koper moet woningen willen en kunnen realiseren, en (2) de woningen moeten vanaf het perceel ontsloten kunnen worden naar de openbare weg.
Uit de brief blijkt dat het perceel als zelfstandige kavel te smal is voor woningbouw en alleen via de percelen van de ambtenaar bereikbaar is.
Het hof acht deze criteria objectief, toetsbaar en redelijk, mede omdat zij aansluiten bij gemeentelijk beleid om woningbouwinitiatieven te stimuleren. Dat het bestemmingsplan nog geen woningbouw toestaat, maakt het criterium niet onredelijk; eventuele bezwaren kunnen in de planprocedure worden ingebracht.
De omwonenden voldeden niet aan de criteria: zij wilden geen woningen bouwen en hadden geen ontsluitingsmogelijkheid. Ook hoefde de gemeente niet het hele perceel te verkopen om mededinging mogelijk te maken; zij mocht de omvang van de gronduitgifte zelf bepalen.
Het hof ziet geen aanwijzingen voor favoritisme. Dat de koper een ambtenaar is, maakt de situatie gevoeliger, maar er is geen bewijs dat hij invloed had op de besluitvorming. Daarmee is voldaan aan de Didam‑normen en mag de onderhandse verkoop doorgaan
Deze uitspraak laat zien dat gemeenten bij onderhandse verkoop vooral moeten zorgen voor heldere, beleidsmatig verankerde criteria én een transparante motivering waarom slechts één serieuze gegadigde bestaat. Een burenbrief kan voldoende zijn, mits daarin duidelijk staat welke criteria gelden en waarom anderen niet in aanmerking komen.
Belangrijk is dat criteria niet op de persoon zijn gericht, maar op het gebruik van de grond. Ook bij verkoop aan een ambtenaar kan de transactie standhouden, zolang de procedure zorgvuldig is gedocumenteerd en de besluitvorming aantoonbaar onafhankelijk heeft plaatsgevonden.
Voor omwonenden geldt: alleen “het uitzicht behouden” maakt iemand geen serieuze gegadigde onder Didam. Een concreet, uitvoerbaar ontwikkelplan is noodzakelijk om mee te dingen.
Door Björn de Smit