In een tussenbeslissing over een intrekkingsverzoek bij een natuurtoestemming zet de rechtbank Zeeland-West-Brabant de deur open naar een herbeoordeling van de 25 km-afkap. Centraal staat of die afkap ten tijde van het bestreden besluit daadwerkelijk was gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis.

Wat speelde er?
De rechtbank Zeeland-West-Brabant heeft eind maart een recent gepubliceerde tussenbeslissing gewezen. De tussenbeslissing gaat over het beroep van MOB tegen de afwijzing van haar verzoek tot intrekking van de natuurtoestemming van Yara Sluiskil. In die natuurtoestemming is toestemming verleend voor een stikstofuitstoot van 1.171 ton per jaar.
De Afdeling heeft in de ViA15-uitspraak overwogen dat het hanteren van een maximale rekenafstand van 25 km voor stikstofdepositie is gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis ter zake. De rechtbank gaat ervan uit dat de Afdeling dit ex tunc heeft beoordeeld naar het moment van het bestreden besluit van 7 september 2021.
Uit de verschillende standpunten en deskundigenrapporten – die dateren van ná de ViA15-uitspraak – die door partijen zijn ingediend in deze procedure, leidt de rechtbank af dat tussen partijen in geschil is of het hanteren van een maximale rekenafstand van 25 km voor stikstofdepositie ten tijde van het in deze zaak bestreden besluit was gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis ter zake. Als de stand van de wetenschap het ten tijde van het bestreden besluit mogelijk maakte om stikstofdepositie wetenschappelijk betrouwbaar te berekenen op een grotere afstand, was het hanteren van een rekenafstand van 25 km bij de beoordeling van het intrekkingsverzoek naar het oordeel van de rechtbank niet gebaseerd op de beste wetenschappelijke kennis ter zake.
Gelet daarop acht de rechtbank het noodzakelijk dat de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (StAB) als deskundige in deze zaak onderzoek verricht naar de vraag of GS redelijkerwijs heeft kunnen aansluiten bij de 25 km-grens. De StAB zal een termijn van zes maanden worden gegeven om dat onderzoek te verrichten. Partijen in het beroep hebben nu de mogelijkheid te reageren op de onderzoeksvragen aan de StAB, waarna de rechtbank opdracht zal geven tot de start van het onderzoek.
Kortom: zes spannende maanden voor de 25 km-afkap en – nu de motivering daaronder samenhangt – ook voor de verhoging van de rekenkundige ondergrens, waar we al even niets meer over hebben gehoord.