Rechtbank Midden-Nederland 4 mei 2026, ECLI:NL:RBMNE:2026:2092. Eisers stellen dat de geluidsnormen worden overschreden en dat het college ten onrechte geen metingen heeft verricht waarmee dit kon worden vastgesteld. Het college gaat uit v.h. verificatiedocument en de bronvermogens voor dit type windturbine en heeft geen aanleiding te veronderstellen dat er andere windturbines zijn geplaatst dan opgegeven. Uit de documentatie blijkt dat de windturbines aan de geluidnormen voldoen en er is dan ook geen overtreding.

Uit de rechtspraak volgt dat van een belanghebbende die om handhaving verzoekt (in beginsel) niet verwacht kan worden dat hij het bewijs van een overtreding levert. Wel moet diegene voldoende aanknopingspunten bieden voor onderzoek naar de vaststelling dat sprake is van een overtreding. De rb. is van oordeel dat eisers met hun verzoek voldoende aanknopingspunten hebben geboden om te onderzoeken of er inderdaad sprake was van een overtreding. In het geval van geluidsoverlast is het voor omwonenden moeilijk om aan te tonen dat een geluidsnorm daadwerkelijk wordt overtreden, omdat zij meestal niet over geschikte apparatuur beschikken om dat aan te tonen.
Het college heeft bij de vergunninghoudster navraag gedaan naar de verificatiedocumenten van de windturbines en de bronvermogens per windklasse. De rb. vindt dit echter onvoldoende om vast te kunnen stellen of wordt voldaan aan de geluidnormen. In de rechtspraak is aanvaard dat gesimuleerde bronvermogens worden gebruikt voor de beoordeling van een vergunningaanvraag (ABRvS 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:476). In wat eisers hebben aangevoerd, ziet de rb. ook geen aanleiding om aan de juistheid van die gegevens te twijfelen, (eisers hadden deze argumenten moeten aanvoeren in de procedure over de vergunningverlening).
Maar dat neemt niet weg dat, als het zoals hier gaat om toezicht op de naleving v.d. gestelde voorschriften en/of normen, het college zal moeten controleren of in de praktijk ook daadwerkelijk aan die voorschriften en/of normen wordt voldaan. Alleen op die manier kan immers worden vastgesteld of sprake is van een overtreding.
Daarbij is de rb. zich er van bewust dat het meten van geluid ingewikkeld is en dat er een jaarnorm geldt, maar de windturbines zijn inmiddels opgericht en al geruime tijd in werking. Het moet dus mogelijk zijn om meer inzicht te krijgen in de geluidsbelasting door een onderzoek met daadwerkelijke metingen van het geluid van de windturbines. Nu er in het geheel geen geluidmetingen zijn uitgevoerd, vindt de rb. de conclusie dat de door de windturbines veroorzaakte geluidsniveaus niet hoger zijn dan de in het Activiteitenbesluit genoemde grenswaarden te voorbarig.